Het dossier over de achtergronden van het oproer van 25 januari 1785 (zie nrs. .. en ..) bevat een uitgebreid verslag van wat zich op de buitenplaats Rijksdorp heeft afgespeeld. Ook hieruit blijkt dat niet iedereen uit eigen vrije overtuiging naar het dorpsplein kwam en dat uitgesproken oranjegezindheid vooral ook bij de gangmakers gezocht moest worden.
Huishoudster Lena van Waardenburg vertelt dat er eerst drie mannen "met groote knuppels of stokken in hunne handen" hard hadden aangeklopt, hadden gevraagd naar de tuinman en vervolgens het pad naar het tuinmanshuis waren ingeslagen. Kort daarna was er hard gebeld aan het voorhek van de buitenplaats. Toen de man naderbij kwam had hij "met zware vloeken" gevraagd of de koetsier en de knecht thuis waren en "of men hier wel voor Oranje was". Zij zei hem niet te verstaan, "waarop hij immer met vloeken verzeld, zeijde de koetsier en knegt moeten mede, zij moeten Oranje cocarden op den hoed hebben, alles moet Oranje zijn, Oranje moet op zijn stokje, en zeg mij voor den donder & blixen maar, of gij voor Oranje bend". Waarop Lena "doodelijk ontsteld zijnde", de deur had gesloten. Ze was zelfs zo ontsteld "dat zij die geheele week ziek is geweest, 't welk de chirurgijn van Wassenaer getuigen kan".
De tuinman van de buitenplaats, Willem Gerdner, ging op het horen van zijn deurbel naar huis, zo vertelde hij, en trof in zijn woning drie mannen aan. Ze vroegen hem "moet gij ook niet een snaphaan haalen". Hij legde uit dat hij, als tuinman, vrijgesteld was van de wapenoefening. Aangezien dat voor zijn knechts niet gold, werd hem opgedragen om tegen hen te zeggen "dat zij ten een uur moeten maaken voor het Regthuis te zijn …….. wij zullen eens zien, of men zal durven loten, wij willen nog exerceeren, nog vegten ….. dit alles was verzeld met ijsselijke vloeken".
De tuinman had vervolgens zijn twee knechts wel verteld welke boodschap hij voor hen had meegekregen, maar hij had hen tevens gelast om thuis te blijven. Ook zouden de andere arbeiders op de buitenplaats gewoon aan het werk zijn gebleven, ware het niet dat omstreeks een uur hun vrouwen waren gekomen en hun mannen hadden gesmeekt om mee te gaan "zeggende men dreigt U de beenen aan stuk te slaan, als gij niet voor 't Regthuis komt". Daarop hadden de arbeiders aan de tuinman gevraagd om te mogen gaan, " tevens hun leedwezen er over te kennen gevende, maar op het schreyen van hunne vrouwen & kinderen niet te durven blijven".
Marry Niphuis-Nell
Bron:
GAW, OA, inv.nr. 681