Toen in 1657 het geslacht Van Wassenaer na een periode van 130 jaar opnieuw de functie van heer van Wassenaar had verworven, leidde dat tot een indrukwekkende intocht en een uitgebreid feestvertoon in het dorp. Dergelijke uitbundige festiviteiten ter gelegenheid van de komst van een nieuwe heer hebben sindsdien in Wassenaar niet meer plaatsgevonden. De heren die na Jacob III aantraden moesten het met een aanzienlijk bescheidener intrede doen. Toen Carel George graaf van Wassenaer Obdam in 1780 heer van Wassenaar en Zuidwijk werd, vond de verwelkoming plaats op het kasteel Zuidwijk. De baljuw had de graaf laten weten dat "de gezamentlijke regenten van Wassenaer en Zuijdwijk geerne d'eer zoude hebben" om de graaf en zijn gemalin "bij derzelve komste op [kasteel] Zuijdwijk" welkom te komen heten. De graaf antwoordde dat "hem zulks niet onaangenaam" zou zijn.
In hun vergadering spreken de regenten af dat zodra het tijdstip van de verwelkoming bekend is, de gerechtsbode hiervan kennis zal komen geven bij de regenten aan huis. Zij die buiten de dorpskern wonen zullen zich dan eerst verzamelen "ten huijze van den burgemeester Gerrit Boele, als het digtste bij [kasteel] Zuijdwijk woonende". Gerrit Boele was één van de vier burgemeesters in het dorpsbestuur, maar voor zijn kostwinning was veel belangrijker dat hij tevens pachter was van de ook nu nog altijd bestaande boerderij Zuidhof. De in de dorpskern wonende regenten zullen per rijtuig naar hetzelfde verzamelpunt komen.
Op de dag "tot het ontfangen van 't compliment van verwelkooming" verzamelen de regenten zich bij Gerrit Boele en sturen eerst de gerechtsbode naar het kasteel om aan de graaf te vragen wanneer zij "geen belet zouden doen". De bode komt terug met de boodschap dat zij zonder uitstel verwacht worden en het college begeeft zich naar het kasteel, voorafgegaan door de bode om hen aan te dienen. Zij worden door de graaf en gravin ontvangen en de baljuw doet "een aanspraak en compliment ter zaake passende". De graaf beantwoordt dit "op een zeer vriendelijke wijze, met verzeekering van protectie en vriendschap, en toewensching van zeegeningen". De regenten worden "dien middag op eene vriendelijke maaltijd onthaald", waarbij ook de predikant en de pastoor aanwezig blijken te zijn. Ook zij hadden belet gevraagd om hun compliment van verwelkoming te komen brengen. En zo geniet het hele gezelschap van dorpsnotabelen - baljuw (tevens schout), secretaris, burgemeesters, schepenen, welgeboren mannen, kerk- en armmeesters, pastoor en predikant - van de door de graaf en de gravin aangeboden maaltijd. De gerechtsbode heeft wellicht in de keuken een hapje mogen mee-eten.
Marry Niphuis-Nell