Eerder al schreef ik (Nr 7) dat bij de heffing van "extra-ordinaris" belastingen, aangegeven werd waarvoor de extra inkomsten nodig waren. In augustus 1631 hebben De Staten van Hollandt en West-Vrieslandt, onder meer in verband met de inname van 's Hertogenbosch door Stadhouder Frederik Hendrik, grote uitgaven gehad. En omdat de gewone middelen niet toereikend zijn, is "goetgevonden voor desemael noch eens te consenteeren eenen tweehondertsten penning gevens gelt: Te betalen d'eene helft den eersten Octobris eerstcomende , ende d'andere helft binnen drie maenden daer aen volgende.
Het gaat nu even om die term "gevens gelt". Het Woordenboek der Nederlandse Taal geeft meer dan 350 uitdrukkingen en samenstellingen met gelt of met geld, maar "gevens geld" heb ik niet gevonden. Toch staat het in de gedrukte sommatiebiljetten, die zeventiende eeuwse Wassenaarders ontvingen (en ten dele nog in het Wassenaars Gemeentearchief aanwezig zijn). Het vermoeden rijst dat de aanduiding is ontstaan, nadat enkele keren een gedwongen "capitale lening" was verordonneerd en geëffectueerd, bijv. in 1599 en 1600. De bedoeling was lijkt het, om het daarbij binnengekomen geld vroeg of laat te retourneren. En dan is het verhelderend om een aparte term te hebben voor geld dat men definitief kwijt is: gevens geld (in 1631 gevens gelt).
Op de goedgeefsheid liet men het echter niet echt aankomen. Betaling diende te geschieden voor een nauwkeurig aangegeven datum "Op peyne [straffe]“dat beslaglegging en verkoop van bezittingen zal plaatsvinden. In 1655 wordt wel de mogelijkheid van beroep gegeven. Geheel zonder risico is dat zoals we zullen zien echter niet. Wie meende dat hij voor een te hoog bedrag was aangeslagen zou binnen een termijn van zes weken bezwaar kunnen maken (“doleantie mogen doen”). Betrokkenen zouden dan onder ede moeten verklaren wat de totale waarde van hun goederen is (“geene uytgesondert, soo buyten als binnen de Provintie”). Daarna zou taxatie plaatsvinden. Mocht blijken dat de verstrekte opgave niet juist is, dan zullen betrokkenen gehouden worden voor “eerloos ende meyneedich”...”ende schuldich wesen te betalen viermael soo veel als sy eerst gestelt zijn geweest”.Viermaal de oorspronkelijke aanslag!. Hier even geen gedoogbeleid. Maar belasting als “gevens geld” aanmerken heeft wel iets.
A.J. Niphuis