20 oktober 1812 werd dienstplichtig soldaat Coenraad Nell afgekeurd. Een beslissing die alleen de kolonel kon nemen. Het 125e regiment was op dat moment gelegerd op de puinhopen van Smolensk. ‘Duizenden lijken bedekken heden nog het slagveld’ schreef kolonel Wagner aan Dientje, zijn vrouw. De eerste sneeuw was al gevallen. De mannen sliepen in de buitenlucht en stierven als ratten. Aan buikloop, dysenterie, ellende.
Het bericht dat zijn Dientje bevallen was van een zoon had de kolonel sentimenteel gestemd. Zoend tederlijk voor mij uw jong geboren, schreef hij haar, schrijft mij wanneer hij zijnen eersten onschuldigen Lach heeft doen blijken. Zegt bij elke zoen: die geef ik in naam van uwen vader. Met zoveel dood om hem heen en zoveel jong leven in zijn kop, viel het hem kennelijk niet zwaar een soldaat die van ziekte, ellende of gekte nutteloos was geworden naar huis te sturen. Coenraad kon gaan, waarschijnlijk met een gewondentransport.
Of zijn dorps- en lotgenoten op dat moment al waren bezweken, is niet te achterhalen. Eind november is het hele regiment aan de Berezina in de pan gehakt. Maar voor het zover was, zijn velen door honger, kou, ontbering of ziekte omgekomen. Van het 1e bataljon (Arend Smits) valt in het stamboek bij een enkeling te lezen dat hij deel uitmaakte van een konvooi dat 27 november bij de Berezina is vernietigd. En achter de namen van de huzaren van het 11e regiment (Dirk van Abswoude) staat bij de meesten: ‘Egaré pendant la campagne de 1812 en Russie’, dat wil zeggen: kwijtgeraakt, of misschien beter: afgedwaald. Als een schaap van een kudde. Verder niets. Thuis in Wassenaar viel er weinig anders te doen dan wachten en hopen.
Pas in 1817 legde de Zuidhollandse gouverneur Van Leyden zich erbij neer dat er niemand meer uit Rusland zou weerkeren.
Behalve Coenraad. Volgens de familiemythe ‘bedelend en spelend’ thuisgekomen, schoof hij weer aan op Bellesteijn. Het moet een broeierige aanwezigheid geweest zijn daar aan tafel. Voor een Berezina-syndroom was geen plaats en geen begrip.
De jongens die van Napoleons campagnes terugkwamen, moesten eigenlijk direct weer onder de wapenen, voor het nieuwe koninkrijk Holland. Maar Coenraad hoefden ze niet. Ongeschikt. Ook op de boerderij kwam er niets uit zijn handen.
Vroeg in de ochtend van de 27e januari 1823 overleed hij, 34 jaar oud, zonder vrouw, zonder kinderen, zonder beroep. Het had al een paar dagen gesneeuwd. Buiten was het zo wit en stil als een Russische winter. Coenraad is in de kerk aan het Plein begraven. En omdat die graven nooit zijn geruimd, ligt hij er nu nog.
Mathijs Deen