Oud Wassenaer

  • Home
  • Vereniging
    • Wie zijn we en wat doen we
    • Bestuur, commissies, werkgroepen
    • Statuten
    • Huishoudelijk reglement
    • Lid worden
    • Contact
    • Beleidsplan
    • Jaarverslagen
    • Ledenvergadering
    • Privacyverklaring
  • Nieuws
    • Nieuwsberichten
    • Nieuwsarchief
  • Activiteiten
    • Open Monumentendag
    • Cursussen
    • Cursusarchief
    • Excursies
    • Lezingen
    • Monumentenborden
    • Schenkingen
    • Tentoonstellingen
    • Bibliotheek
  • Publicaties
    • Publicaties
    • Capita Selecta
  • Actueel Verleden
  • 2e Wereldoorlog
    • Namenlijst Wassenaarse slachtoffers 2e Wereldoorlog
    • Struikelstenen
    • Verhalen
    • Herdenkingen
    • 80 jaar vrijheid
    • Diverse onderwepen
  • Links
  • Contact
  • Zoek

Oud Wassenaer

  • Home
  • Vereniging
    • Wie zijn we en wat doen we
    • Bestuur, commissies, werkgroepen
    • Statuten
    • Huishoudelijk reglement
    • Lid worden
    • Contact
    • Beleidsplan
    • Jaarverslagen
    • Ledenvergadering
    • Privacyverklaring
  • Nieuws
    • Nieuwsberichten
    • Nieuwsarchief
  • Activiteiten
    • Open Monumentendag
    • Cursussen
    • Cursusarchief
    • Excursies
    • Lezingen
    • Monumentenborden
    • Schenkingen
    • Tentoonstellingen
    • Bibliotheek
  • Publicaties
    • Publicaties
    • Capita Selecta
  • Actueel Verleden
  • 2e Wereldoorlog
    • Namenlijst Wassenaarse slachtoffers 2e Wereldoorlog
    • Struikelstenen
    • Verhalen
    • Herdenkingen
    • 80 jaar vrijheid
    • Diverse onderwepen
  • Links
  • Contact
  • Zoek

De Fransche taal (1) (Nr 193)

Als Napoleon niet zou zijn verslagen, zouden wij in Nederland dan ook “Vlaamse” toestanden hebben gehad op het gebied van de taal? De geschiedenis van Wassenaar ten tijde van de Inlijving bij Frankrijk (1810-1813) doet wat dat betreft het ergste vermoeden.

Het gebruik van de Franse taal wordt eerst opgelegd aan de dorpsbestuurders, althans in de communicatie met hun superieuren, de onderprefect van het arrondissement Den Haag en de prefect van het departement van de Monden van de Maas (ca. Zuid-Holland). Daarna volgt de introductie van het Frans in het lager onderwijs. Lees, en huiver.

Binnen een jaar na de inlijving, die in juli 1810 plaatshad, begint het. In februari daaraanvolgend ontvangt het gemeentebestuur een brief van de prefect met het verzoek om voortaan in de “Fransche taal” met hem te corresponderen. Dat, evenwel, blijkt bepaald niet eenvoudig. Het antwoord van het bestuur begint nog met: “Gelukkig zouden wij ons achten indien wij ……. in de Fransche taal konden ten neder stellen ….”.  Maar dan gaat het verder met: “daar wij de taal niet magtig zijn, vinden wij ons gedrongen Uw Edel Gestrenge’s bekende toegevendheid ook ten dezen in te roepen, en te verzoeken, dat Uw Edel Gestrenge het ons ten goede gelieve te houden dat wij de vrijheid neemen in de Hollandsche taal te correspondeeren.” De toon van de brief doet vermoeden, dat de Wassenaarse bestuurders hebben gedacht dat het zo’n vaart niet zou lopen, met dat idee om de “Fransche taal” te gebruiken.

Maar al binnen een maand blijkt dat het uiterst serieus is. Er komt een brief van de prefect met  “een nadere aanmaning vermits Zijn Wel Edel Gestrenge de Hollandsche taal niet verstaat, in ’t vervolg gebruik te maken van de Fransche taal ….”.  Er zit toch kennelijk niet veel anders op dan zich te voegen naar de eis van het Franse gezag. Het gemeentebestuur antwoordt nu dan ook, dat ze “gaarne iemand [willen] zoeken die de stukken van correspondentie in de Fransche taal overbrengt ….”. Dat zou echter met kosten gepaard gaan en daarom vragen ze tevens, of de aanstelling van iemand die kan vertalen ten laste gebracht mag worden van het gemeentebudget.

Midden maart 1811 is echter het vinden van een vertaler al een zeer acute kwestie. De – eerste! - lijst van Wassenaarse conscrits (dienstplichtigen) móét namelijk in het Frans worden opgesteld en al over een paar dagen worden ingeleverd. De maire (burgemeester) spoedt zich daarom naar Den Haag om iemand voor deze functie te zoeken, maar slaagt er alleen in iemand te vinden die kan zorgen voor de vertaling van de lijst van conscrits. De prefect, verstandig als hij is, eist echter niet het onmogelijke. In maart nog laat hij weten dat hij voorlopig toestaat met hem in het Hollands te corresponderen, maar dat het wel de bedoeling is dat er een tweetalige secretaris gevonden wordt.

De druk wordt pas weer opgevoerd in december van dat jaar. De onderprefect laat nog maar eens weten dat de maire een secretaris moet hebben die “les deux langues” kan spreken en schrijven. En verzoekt te laten weten wie er in deze functie is aangesteld. Het antwoord laat enige tijd op zich wachten, maar in maart 1812 kan de Wassenaarse maire dan toch eindelijk melden, dat de heer Ludolph van Kervel de functie van secretaris heeft aanvaard. Deze had echter niet eerder in dienst kunnen treden, zo legt hij uit,  omdat eerst zijn remplaçant voor de “Garde Soldée” (Bezoldigde Garde) op de plaats van zijn bestemming moest zijn gearriveerd. Van Kervel kan aan de slag en op het taalfront blijft het nu, voor korte tijd althans, rustig.

(wordt vervolgd)

Marry Niphuis-Nell

Onderwerpen

  • Archeologie
  • Bestuur
  • Dorpsleven
  • Dorpskarakter
  • Landelijk gebied
  • Bijzondere gebouwen en plekken
  • Bedrijvigheid
  • Wegen en vervoer
  • Beeldende kunstenaars
  • Schrijvers
  • Diversen

Historisch Informatie Punt (HIP)

Iedere laatste zaterdag van de maand (behalve in de zomermaanden) is het Historisch Informatie Punt (HIP) in de Bibliotheek aan de Langstraat geopend. Tussen 11.00 en 16.00 kunt u hier terecht met vragen en opmerkingen over de geschiedenis van Wassenaar.

Doelstelling

Op de bres staan voor de cultuurhistorie van Wassenaar, dat is wat de vereniging wil. Dat doet zij o.a. door het bevorderen van de lokale monumentenzorg, het organiseren van lezingen, cursussen, excursies en tentoonstellingen en het uitgeven van publicaties.

Contact Historische Vereniging Oud Wassenaer

Secretaris M.F.J. Spierings - info@oudwassenaer.nl