Er waren in 1818 ernstige klachten over de overlast bij sommige Wassenaarse tapperijen en herbergen, die ‘s avonds veel te lang open waren, zelfs tot in de nacht. Dit was bovendien een slecht voorbeeld voor de ‘jongemannen’. Daarom besloten schout en gemeenteraad van Wassenaar en Zuijdwijk hier iets aan te gaan doen. Ze konden hierbij steunen op een besluit van zijne Majesteit (koning Willem I) van 23 oktober 1818.
Met het fiat van ‘de vrouwe van de heerlijkheid’ (Marie Cornélie van Wassenaer Obdam), liet de schout (vgl. de burgemeester) in 1819 een ‘Notificatie’ (nota) maken. In vijf punten werd alles geregeld.
1. Het sluitingsuur was 10 uur ‘s avonds.
N.B. Alleen voor een late reiziger mocht de herberg een uitzondering maken. Ja, om een bepaling te handhaven hoorde er een boete bij. Dus ...
2. Bij een eerste overtreding moest de herbergier of kastelein 6 gulden betalen; alle volgende keren was het 12 gulden.
Maar ook de aanwezigen gingen niet vrijuit; ze konden weten dat het verboden was. Daarom ...
3. Iedere aanwezige kreeg de eerste keer een boete tussen 50 cent en 1,50 gulden of 1 dag het gevang in.
De volgende keren werd de boete verdubbeld, maar het gevang bleef 1 dag.
4. Opdat iedereen het kon weten, kreeg iedere herberg en tapperij een notitie gestuurd, die op een zichtbare plaats opgehangen moest worden.
Bij in gebreke blijven volgde dan een boete van 3 gulden. Vervolgens moest ook geregeld worden waar die eventuele - en natuurlijk zo goed als zeker - ontvangen boetegelden aan besteed zouden worden. Dit werd zeer gedetailleerd geregeld:
5. Alle boeten werden betaald aan de schout. Hij liet daarvan ‘genieten’, ofwel hij betaalde daarvan:
1/3 aan de ‘aanbrenger’; dit is degene die de overtreding constateerde en meldde.
1/3 aan degene die de bekeuring ‘vervolgt’ ofwel die de overtreding gerechtelijk afhandelde.
Het laatste 1/3 deel kreeg een goed doel, en wel ‘de algemene armen’.
Tot slot volgde de bepaling dat deze notificatie moest worden afgekondigd en aangeplakt, want iedereen moest het weten. Op 28 december 1819 werd dit stuk getekend.
Wassenaer den 28en December 1819
De schout en Gemeenteraad van Wassenaar en Zuijdwijk
Hoijnck van Papendrecht,
Ter Ordonnantie (in opdracht)van denzelve
J.A. van Bergen
schout en secretaris
Twee documenten uit 1820 laten ons zien hoe het in de praktijk uitwerkte. Het eerste gaat over het constateren van een overtreding. Het tweede stuk geeft inzicht in de financiële afwikkeling.
Elly van der Vin