Onder deze titel trof ik in het Wassenaars Nieuwsblad van 4 juni 1980 een artikel aan over een tentoonstelling van het werk van Cornelis Jetses. Deze tentoonstelling vond plaats in het Raadhuis. De toenmalige burgemeester, Mr. K. Staab sprak een welkomstwoord en de dochter van Jetses, E. Kalsbeek-Jetses, verrichte de opening. Zij vertelde van de grote harmonie en vertrouwdheid in het werk van haar vader. Sierk Schröder, die Jetses goed gekend heeft, gaf vervolgens een kleine toelichting op deze tentoonstelling. Hij haalde in een geestige en warmvoelende herdenkingsrede tal van anekdotische bijzonderheden op. Hij heeft met Jetses samengewerkt en veel van hem geleerd. Het feit dat Cornelis op 9 juni 1955 op 81 jarige leeftijd overleden is, vormde de aanleiding voor deze tentoonstelling.
De schrijver van dit artikel stak zijn bewondering voor het werk van Jetses niet onder stoelen of banken zoals uit het volgende blijkt: “Praktisch iedereen, maar wat ouderen vooral, kennen “Ot en Sien” van de pedagogen Jan Ligthart en H. Scheepstra. Ook boeken als “Afke’s Tiental” van Nienke van Hichtum, de eerste vrouw van Pieter Jelles Troelstra en de Kinderbijbel van Anne de Vries waren bij de jeugd van zo’n halve eeuw en vroeger favoriet. Vooral door de platen, die braaf en lief waren, vaderlands knus, huiselijk en intiem, maar die vooral natuurgetrouw en waarachtig waren. Zo echt, dat men er al niet meer op lette. Maar die wereld bestond werkelijk en Cornelis Jetses heeft ze getekend en onsterfelijk gemaakt. Ook in wandplaten en het overbekende “aap – noot – mies”. Dit bedenkende is het beschamend dat zelfs de nieuwste encyclopedieën de naam Jetses niet vermelden. Een omissie, want Jetses was een goudeerlijk en uitzonderlijk integer kunstenaar, die alleen maar goed en juist wilde werken. Hij werkte immers voor kinderen! En die zijn heel kritisch. Voor “Sien” stond zijn dochter Dientje model en deze “Sien” was vorige week te gast op het Wassenaarse Gemeentehuis, waar – voor het eerst in de Randstad – een schitterende tentoonstelling te zien is van Jetses werk. Veel kunstenaars hadden hun weg gevonden naar Huize De Paauw, o.a. Roeland Koning, Hendrik Roodenburg en uiteraard Sierk Schröder. Jetses woonde en werkte vanaf 1938 in Wassenaar, waar hij in 1955 overleed en bij de Dorpskerk begraven werd.” In een ander artikel - in dezelfde krant – wordt het belang van deze kunstenaar nog eens onderstreept: “Jetses heeft een bijna onuitputtelijke bron van historische gegevens nagelaten: hoe gingen de kinderen en volwassenen toen gekleed, welke werktuigen gebruikte de landbouwer en de kleine ambachtsman, hoe zag een winkel eruit in die tijd en hoe was het huisinterieur?” Het beeld dat wij ons vormen van die tijd wordt nog steeds voor een groot deel bepaald door deze bescheiden kunstenaar; laat dat duidelijk zijn.
Carl Doeke Eisma