Jules Seraphien Vermeire is op 6 juli 1885 in Wetteren een plaatsje in de buurt van Gent geboren. Hij kwam uit een gezin van 8 kinderen en zijn vader Adolf was steenhouwer. Hij maakte onder andere grafstenen en schoorsteenmantels. Jules ging hier ook werken, samen met een neef die beeldhouwer was. Hij volgde enige tijd de avondlessen aan de Gentse Academie en vervolgens ging hij naar de Academie in Antwerpen waar hij Chris Lebeau leerde kennen.
In 1904 werd Chris Lebeau benoemd als leraar aan de Haarlemse Kunstnijverheidsschool en Jules ging ook in Haarlem wonen. Omdat hij heimwee kreeg, keerde Jules na enige tijd terug naar zijn geboortedorp. De daarop volgende jaren woonde hij of in Wetteren of in Haarlem.
Toen de Eerste Wereldoorlog uitbrak vluchtte hij met zijn broers naar Nederland. Ze werden in Huizen in het Gooi opgevangen en hier leerde Jules zijn vrouw, de verpleegkundige Caroline Marie van de Gumster kennen. Ze zijn in 1915 getrouwd en een jaar later werd hun zoon Adolf geboren. Adolf veranderde zijn naam om begrijpelijke redenen in Don en al was hij ook beeldend kunstenaar en fotograaf, hij zou toch vooral samen met zijn vrouw Libertine Grünberg - ze werd Ly genoemd - bekend worden als marionettenspeler. In 1915 ging Jules met zijn gezin in Den Haag wonen op het adres Hoogewal 16a . Hij zou nog vele malen verhuizen in deze stad en uiteindelijk ging hij in de Curaçaostraat wonen. Rond 1945 heeft zijn zoon Don het leegstaande huis op het adres Oosterbeek 1 in Wassenaar opgeknapt en hier heeft Jules van 1962 tot 1968 gewoond, zoals zijn kleindochter Felice die hier nog steeds woont mij vertelde. Felice is ook kunstenares en haar zoon Nils heeft onder meer enkele films gemaakt. U ziet het, de appel valt niet ver van de boom. Jules is in 1976 wederom op dit adres gaan wonen en op 25 november 1977 is hij hier overleden.
Zijn werk
Aanvankelijk werkte Jules Vermeire met de materialen hout en hoorn en later ook met brons, marmer en steen. Daarnaast heeft hij ook vele tekeningen gemaakt. De vooraanstaande kunstcriticus A.M. Hammacher schreef over hem in het tijdschrift ‘Beeldende Kunst’ aflevering 10 van 1941: “In de stof voelde hij vaak den vorm aanwezig, vaag, onduidelijk, als een te ontbolsteren kern. Zijn arbeid was: dien vorm tot klaarheid te brengen. Niet van buitenaf aan de stof opdringen, maar in de stof zelf opwekken. Men heeft bij Vermeire wel gesproken over zijn beperkingen en een zekere ééntonigheid. Wie oogen heeft en onderscheidingsvermogen zal in het oppervlakkig eendere een aantal schakeeringen ontdekken, die iedere gedachte aan herhaling uitsluiten. Zoo bezitten we in Jules Vermeire een van die zeldzame kunstenaars, die niet door hun groote ondernemingen aandacht trekken, maar die geworsteld hebben, gezworven en de onrust gedragen van hun nog niet bewuste scheppingsdrang
Onder andere in het Rijksmuseum Kröller-Müller, in het Gemeentemuseum in Den Haag en in Museum Boijmans Van Beuningen is werk van hem te vinden. In Het Vaderland van 26 februari 1951 wordt hij een bescheiden, begaafde, poëtische kunstenaar genoemd en ook wel een eenzame werker; een kluizenaar.
Carl Doeke Eisma

Dit beeldje van palmhout heeft Jules Vermeire in zijn jonge jaren gemaakt.