Eén van mijn lievelingsboeken of misschien zelfs wel hét lievelingsboek dat ik in mijn jeugd gelezen heb, is ‘Lijsje Lorresnor’. Dit boek is in 1932 verschenen en geschreven door J.M. Selleger–Elout. Het vertelt het verhaal van een meisje dat in een dorpje opgroeit.
Haar ouders zijn arm en ze wil graag kunstenares worden. Ze is vaak op de plaatselijke vuilnisbelt te vinden waar ze van alles vindt. Vandaar haar bijnaam Lorresnor. Haar vader is evenals zijzelf kunstzinnig aangelegd maar haar moeder vindt dit maar niks. Er moet brood op de plank komen. Wat me van dit boek het meest is bijgebleven zijn de zwart – wit illustraties en de gekleurde plaat op de voorkant. Deze tekeningen zijn gemaakt door Claudine Doorman.
Claudine Albertine Doorman is op 1 mei 1907 in Berlijn-Schöneberg geboren. Later is het gezin naar Nederland verhuisd. Haar vader was gemachtigde bij de Octrooiraad in Den Haag en in 1930 is het gezin in Wassenaar komen wonen op het adres Koninginneweg 22. Twee jaar later wonen haar vader Gerard, haar moeder Julie Wurfbain, zijzelf en haar twee jongere zusjes op de Julianaweg 14. Claudine was een nichtje van de bekende schilder Floris Arntzenius en ze heeft een tijdje naast hem op de Van Lennepweg in Den Haag gewoond. Ze heeft zowel in München als in Parijs en op de Academie van Beeldende Kunsten in Den Haag gestudeerd. Ze was onder meer lid van de Haagse Aquarellisten en de vereniging De Klopper in Den Haag. Dit was een genootschap van negen kunstenaars die elkaar kenden van de Academie. In 1955 is ze in Amsterdam gaan wonen. Ze was getrouwd met Elie den Dooren de Jong en ze kregen twee kinderen. Claudine is op 3 januari 2004 overleden. Ze ligt begraven bij de Dorpskerk in ons dorp.
Haar werk
Ze schilderde zowel aquarellen als olieverfschilderijen met als onderwerpen stillevens en landschappen. Daarnaast heeft ze talloze illustraties gemaakt voor schoolboekjes en kinderboeken. In 1923 zijn er twee kleurboeken van haar uitgegeven. Ze was toen pas 16 jaar. Ik kwam de volgende recensie over de illustraties van een van die boekjes tegen: “Hulde aan Claudine Doorman, die niet alleen van de plaatjes juweeltjes maakte, maar die zo zuiver de sfeer van dit boek aanvoelde als maar weinig illustratoren gegeven is. Had haar werk vroeger reeds een persoonlijke allure, de trant van schilderen deed wat bewust aan, om niet te schrijven opzettelijk. Thans blijkt zij zich zuiverder en wezenlijker te hebben gerealiseerd, waardoor het lichtelijk maniëristische, althans experimenteele, geweken is uit het werk, dat den indruk maakt van een volledige harmonie tusschen inhoud en vorm.”
Carl Doeke Eisma

Dit boekje is in 1932 verschenen.

Een tekening gemaakt door Claudine Doorman.