Wanneer ik op zoek ga naar gegevens over iemand is het resultaat lang niet altijd hetzelfde. Soms vind ik heel veel, soms bijna niets. Over de kunstenaar waar ik in deze bijdrage iets over wil vertellen, vond ik wel heel veel over zijn werk maar zo goed als niets over hemzelf. Gelukkig kreeg ik na enig zoeken contact met een kleindochter van hem en zij verwees me naar haar moeder, zijn schoondochter.
Arend Hendriks
Arend is op 31 oktober 1901 in Amsterdam geboren. Na de Mulo heeft hij van 1916 tot 1922 op de Rijkskweekschool in Haarlem gezeten. Naast zijn onderwijsbevoegdheid behaalde hij daar de LO akte tekenen. Hij verhuisde naar Den Haag en was hier in 1921 en 1922 leerling van het Haagse Tekeninstituut en hier behaalde hij de MO akte tekenen. Dit Tekeninstituut – het wordt omschreven als een broedplaats voor talent - bestond van 1909 tot 1922 en ook Anton Pieck en zijn broer Henri waren hier leerling. Van 1927 tot 1929 woonde hij in Parijs. In 1933 na het overlijden van zijn vrouw Maria ter Voorde is hij getrouwd met Lydia Cornelia Stolk. In datzelfde jaar werd Arend leraar grafiek op de Academie voor Beeldende Kunsten in Den Haag. Ze kregen drie kinderen, een jongen en twee meisjes. In 1939 kwam het gezin in Wassenaar wonen op het adres Oostdorperweg 126. Hiervoor hebben ze ook nog in Voorburg gewoond in de Van Lugtenburgstraat. Arend was onder meer secretaris van het bestuur van Pulchri Studio. Op 28 oktober 1951 is hij in ons dorp overleden.
Zijn werk
Hoewel Arend ook schilderijen gemaakt heeft, was hij toch vooral tekenaar, etser en graficus. Ook in het ontwerpen en uitvoeren van ex-libris was hij een meester. Een ex-libris is een eigendomsmerk dat je bijvoorbeeld in een boek kunt plakken. In 1945 heeft hij een standaardwerk geschreven met als titel ‘Etsen, handleiding voor het etsen op koper en zink.’ In een artikel uit 1928 las ik: “Hendriks is een nog jong teekenaar, die het onderwijzersambt heeft vaarwel gezegd om zich op het met doornen bezaaide pad van de Kunst met meer vrijheid te kunnen bewegen en zich geheel te kunnen wijden aan de verwezenlijking van zijn idealen. Hij heeft daarmede getoond iemand te zijn, die niet van halve maatregelen houdt. Dit is het werk van een taaien volhardenden studiegeest. We leren Hendriks kennen als een fijn opmerker en gevoelig teekenaar. Merkwaardig is het zelfportret, de ernstige kop, die in strengen opbouw van lijnen uitdrukt wat in de persoonlijkheid van den maker het overheerschende is: ernst, wilskracht en zelfbewustheid. Iets in deze kop doet mij denken aan zelfportretten van Van Gogh, hoewel er geen uiterlijke gelijkenis bestaat noch eenige poging tot navolging aanwezig is.”
Carl Doeke Eisma
Een zelfportret van Arend Hendriks uit 1926.