Arie Martinus Luijt is op 24 april 1879 in Sliedrecht geboren. Hij kwam uit een gezin van acht kinderen. Van 1892 tot 1898 kreeg hij les op de Koninklijke Academie van Beeldende Kunsten in Den Haag. Hij was dus pas dertien jaar oud toen hij deze opleiding ging volgen. Van 1904 tot 1907 studeerde hij aan de Académie Julian in Parijs.
In 1912 trouwde hij met Bernhardine Maria Gerlach en ze zouden acht kinderen krijgen waarvan er twee in Zuid-Afrika geboren zijn. Hij heeft met zijn gezin op diverse plaatsen in ons land, maar ook daarbuiten gewoond. Ik noem er enkele, Dordrecht, Den Haag. Parijs en Kaapstad. Hij is in 1921 naar Zuid-Afrika geëmigreerd, maar zes jaar later kwam hij toch weer terug naar zijn geboorteland. In Den Haag werkte hij in een atelier dat op het huidige adres Kerkhoflaan 11a stond. In 1918 is er naast dit atelier een betrekkelijk klein huis gebouwd met ernaast een pianostudio waar de vrouw van Arie pianoles gaf. De architect was zijn zwager, de bekende architect Dirk Roosenburg. Dirk was getrouwd met een jongere zus van Arie, Anna Petronella. Ook in ons dorp staan enkele huizen die ontworpen zijn door Dirk Roosenburg, onder andere bij de Jagerslaan en de Konijnenlaan. Toen Arie naar Zuid-Afrika emigreerde, is Dirk zelf in het huis op de Kerkhoflaan gaan wonen. Omdat hij zes kinderen had, heeft hij er in de loop der jaren stukken aan toegevoegd, min of meer in de stijl van de beroemde Amerikaanse architect Frank Loyd Wright. In 1930 is Arie in Wassenaar komen wonen in een in datzelfde jaar gebouwd huis op het adres Binnenweg 17. Hij is op 8 juli 1951 in Wassenaar overleden.
Arie, hij werd ook wel Thies genoemd, was zowel illustrator van boeken als tekenaar, schilder, aquarellist en lithograaf. Daarnaast was hij ook nog decoratieschilder van interieurs. Hij was lid van Pulchri Studio, de Haagse Kunstkring en de Nieuwe of Littéraire Sociëteit ‘De Witte’ in Den Haag.
In een in 1928 geschreven artikel over hem, staat onder meer het volgende: “Zijn neiging tot het dekoratieve en zijn kunnen op dit gebied hebben hem in Holland belangrijke opdrachten bezorgd; zeer bekend is zijn reeks tekeningen voor de historische optocht in 1913, waaraan hij twee volle jaren heeft gewerkt, en die, door de direkteur Van Gelder aangevraagd, bewaard worden in het gemeente-museum in Den Haag. Maar toch weerspreekt deze neiging tot het dekoratieve geenszins zijn belijdenis in de kunst, de belijdenis van de grote Haagse schilderschool: te zijn van eigen bodem. Zijn kunst is hecht geworteld in het Hollandse leven. Ook de goede dekoratieve kunst wordt in haar innerlijke spanning sterk bepaald door de aanraking en het samenleven met de wereld om haar heen. Ze is als ’t ware de strakke synthese van veel intimiteit. Wil een dekoratief werk niet zielloos worden, dan moet de intimiteit der dingen vooraf verworven zijn.”
Carl Doeke Eisma

Aquarel van A.M. Luijt, getiteld: Eggen.