Ecoline Adrienne van Rees
Etie van Rees zoals ze meestal genoemd werd, is op 15 mei 1890 in Buitenzorg, Nederlands Indië, geboren. Haar vader bekleedde daar diverse hoge posities waaronder directeur van het Binnenlands Bestuur. In 1903 kwam ze naar Nederland om hier naar de middelbare school te gaan. Dit werd geen onverdeeld succes.
Van jongs af aan had ze al aangegeven te willen gaan tekenen en schilderen en zeven jaar later werd ze dan ook leerling van de Haagse kunstschilder Bernard Schregel. In 1911 ging ze op verzoek van haar ouders terug naar Indië en daar trouwde ze in dat jaar met de Schotse zakenman Neil Mac Neill. Ze kregen vier kinderen. Dit huwelijk hield niet lang stand. In 1919 woont ze samen met haar kinderen in Den Haag. Na enkele jaren geeft ze de architect A. van der Zwan opdracht om een villa te ontwerpen. In 1923 wordt deze villa in Wassenaar gebouwd en wel op het adres Jagerslaan 3a . Het gaat hier om de nog steeds bestaande villa Het Spreeuwennest, waarvan het adres in de loop der jaren veranderd is in Jagerslaan 9. Ze heeft hier tot 1938 gewoond. In dat jaar verhuist ze naar de Van Boetzelearlaan in Den Haag. Hoewel ze de villa verkocht heeft, geldt dat niet voor de parktuin waarin de villa gelegen was. Een deel daarvan bleef haar eigendom. Hier liet ze een zeer eenvoudig buitenhuisje bouwen dat later uitgebreid werd met een atelier. Ze noemde dit huisje De Hut. Op een onderbreking tijdens de Tweede Wereldoorlog na heeft ze tot 1965 in Den Haag gewoond om vervolgens naar Aerdenhout te verhuizen en hier is ze op 14 november 1973 overleden.
IJdel pronkende eendagsvliegen
In de loop der jaren heeft Etie zich diverse technieken eigengemaakt, zoals het etsen, schilderen, tekenen en het maken van litho’s en grafisch werk. Ook heeft ze boeken geïllustreerd waaronder een door haarzelf geschreven sprookjesboek. Een deel van dit werk is in musea en particuliere verzamelingen terug te vinden. Toch zou ze hierdoor geen internationale bekendheid krijgen. Die bekendheid berust min of meer op een toeval. Uit de nalatenschap van een vriendin kreeg ze in 1952 een klomp klei in haar bezit en aanvankelijk had ze geen enkel idee wat ze hiermee aan moest. Spelenderwijs begon ze enkele poppetjes te maken die ze in haar potkacheltje hard liet worden. De meeste mislukten. Ze hing ze aanvankelijk aan ijzerdraadjes in dat kacheltje en dat lukte niet erg. Met koperdraad ging het al beter. Na enige tijd besloot ze een oventje te kopen en toen ze doorhad wat de juiste temperatuur was en welke glazuren ze moest gebruiken, werden de resultaten steeds beter. Er was zelfs zoveel vraag naar dat ze een wachtlijst moest gaan aanleggen. Ze maakte vooral geestige mensen- en dierenfiguurtjes. Zelf noemde ze deze wezentjes kruipsels en ijdel pronkende eendagsvliegen. Na haar overlijden is een groot deel van haar werk aan het museum Princessehof in Leeuwarden geschonken.
Haar grootvader
Otto van Rees, die van 1884 tot 1888 Gouverneur Generaal van Nederlands Indië was, was haar grootvader. In het Bezuidenhout in Den Haag is een straat naar hem genoemd en laat ik nou in die straat geboren zijn.
Carl Doeke Eisma

Een beeldje van haar hand genaamd De Opschikdame.
De Historische Vereniging Oud Wassenaer heeft getracht de rechthebbenden van afbeeldingen te achterhalen. Degene die de auteursrechten hierop heeft, wordt daarom uitgenodigd met de secretaris contact op te nemen. Voor de duidelijkheid in relatie tot de tekst zijn enkele foto’s bewerkt.