Anne Marie Blaupot ten Cate is op 13 augustus 1902 in Nijehaske, Friesland, geboren. Haar vader Hendrik Willem was griffier bij de Raad van Beroep en haar moeder heette Cato Viëtor. Anne die zich later Amry ging noemen had 3 zusjes en een broer. Tot 1899 was de achternaam van haar vader ten Cate.
Op 14 januari van dat jaar werd de naam Blaupot van een vrouwelijk familielid toegevoegd. Het gezin verhuisde naar Arnhem en hier ging Anne naar de HBS. In 1920 ging ze naar de Academie van Beeldende Kunsten in Den Haag en een jaar later naar de Rijksacademie in Amsterdam. Ook hier bleef ze maar een jaar om daarna in Parijs aan de Académie de la Grande Chaumière te gaan studeren.
Dit artikel heet niet voor niets Een onstuimig mens. Na die studie is Amry nooit lang op dezelfde plek gebleven. Tussen 1929 en 1936 is ze tweemaal kort getrouwd geweest. Ik las over haar dat ze kortstondige relaties met mannen heeft gehad die ze vaak in vertwijfeling achterliet. Als alleenstaande vrouw maakte ze onder meer reizen naar Frankrijk, Spanje, Zwitserland, Marokko en Nederlands-Indië. Ze was bevriend met kunstenaars als Piet Mondriaan en Charley Toorop en exposeerde haar werk samen met beroemdheden als Pablo Picasso en Kurt Schwitters. In het door Paul Citroen geschreven boek Palet waarin hij opmerkelijke kunstenaars uit zijn tijd beschrijft, staat ook een afbeelding van een zelfportret van haar. Rond 1959 verbleef ze met een zekere regelmaat in de Pauwhof in ons dorp. Je zou kunnen zeggen dat ze hier dan woonde omdat ze op dat moment geen ander adres had. Hier konden kunstenaars en wetenschappers enige tijd verblijven om inspiratie op te doen. In 1985 ging ze in het min of meer vergelijkbare Rosa Spierhuis in Laren wonen en hier is ze op 19 juli 2002 overleden.
Haar werk
Aanvankelijk schilderde Amry figuratief waarbij ze gebruikmaakte van de indrukken die ze tijdens haar vele reizen opdeed. Na de Tweede Wereldoorlog ging ze abstract expressionistisch werken en bovendien ging ze experimenteren met weefkunst, textiel en collages van uiteenlopende materialen. In die tijd woonde ze op het eiland Ibiza. Zelf schreef ze over haar werk: “Ik werk op mijn gevoel, zonder plan. Een schilderij is ritme, beweging, klank en kleur”. In Het Binnenhof van 4 januari 1956 las ik over haar: “Haar werk heeft het charmante van de oorspronkelijke vormkeuze. Zij spreekt zich nergens helemaal uit en behoeft geen enkele analyse omdat zij, geboren poëte, met ’n lijn en ’n enkele kleur de volle inhoud weet te geven”.
In de maand februari van dit jaar is de door Hanneke Boonstra geschreven biografie van deze Friese kunstenares zoals ze genoemd wordt, verschenen. Hierin beschrijft Hanneke onder andere hoe ze met twee koffers vol schilderspullen op pad is gegaan.
Carl Doeke Eisma

Een zelfportret in 1927 geschilderd