Omdat de wind in ons land uit alle mogelijke richtingen kan komen moet het mogelijk zijn om de wieken op de wind te zetten. In een land als Griekenland komt de wind vrijwel altijd uit dezelfde richting en bij deze molens bestaat die mogelijkheid dan ook niet.
Een van de eerste dingen die een molenaar dan ook doet wanneer hij bij zijn molen komt is bepalen uit welke hoek de wind waait. Vervolgens gaat hij de molen op de wind zetten. Daartoe maakt hij de kettingen los waarmee de wieken verankerd liggen en ook de bliksemafleider wordt losgemaakt. En dan komt het zware werk. Met behulp van het kruirad kan hij de gehele kap , met wieken en al , laten draaien. Om dit mogelijk te maken heeft men boven in de kap een aantal rollen aangebracht. (In onze molen zijn dit 41 rollen.) Eén van de kettingen waarmee de staart op z’n plaats gehouden wordt wordt losgemaakt en door de andere ketting op te rollen komen de wieken langzaam maar zeker in de goede richting. Wist u overigens dat het woord kruiwagen hier in oorsprong vandaan komt ? Tijdens het kruien van een kleinere molen dan de stellingmolen die midden in ons dorp staat , werd zo’n kruiwagen waar de ketting aan verbonden was verplaatst van de ene kruipaal naar de volgende. Momenteel zijn die rollen in de kap van ijzer en ze rollen ook over een ijzeren plaat. Dat was vroeger wel anders. Zowel de rollen als die plaat –de onderring- waren van hout. Wanneer we de eerste windmolens van ons land nader bekijken , blijkt , dat vrijwel alle onderdelen van hout waren. Enkele kleinere onderdelen waren van brons maar dat was dan ook alles. Het kwam ook vroeger wel eens voor dat een molen gedurende een langere tijd stilstond. Misschien liet de wind haar wel in de steek – om de een of andere reden is een molen voor mij vrouwelijk , vraag me niet waarom- maar het was ook heel goed mogelijk dat er gewacht moest worden totdat de molenmaker een belangrijk onderdeel kwam vervangen. Die houten rollen zakten dan een klein beetje in de plank waarop ze moesten rollen. Zo’n kuiltje werd een nest genoemd. Slechts met grote moeite kon de molen dan weer op de wind gekrooien (of gekruid) worden. U begrijpt dat zowel de molen als de molenaar dan in de nesten zat. En daar komt die uitdrukking dan ook vandaan.
Carl Doeke Eisma.