Oude adresboeken van Wassenaar zijn een boeiende bron van informatie. Mijn oudste exemplaar stamde uit 1922-1923, maar onlangs kwam iemand aandragen met een adresboek van 1917-1918. Dat is genieten. Het boekwerkje geeft de namen van alle “gezinshoofden” (en soms ook van enkele huisgenoten) van Wassenaar, met hun adres, beroep en telefoonnummer.
Om met dat laatste te beginnen: ongeveer honderd Wassenaarders hadden toen een telefoonaansluiting. Nummer 1 was uitgegeven aan de bloembollenkweker Gijs Gardien, nummer 2 aan de dorpsarts Frank van Praag die aan het Plein woonde en nummer 3 aan J.C.A. Lempers van Hotel het Wapen van Wassenaar (nu het Regthuys), ook aan het Plein. Merkwaardig is dat alle middenstanders een Wassenaars telefoonnummer hadden (van 1 tot 68) , terwijl vrijwel alle bewoners van villa’s en landhuizen over een Haags telefoonnummer beschikten. Zo had M.R. baron Bentinck van landhuis Teylingerhorst nummer H 7604, waarbij de H voor Den Haag stond. Mensen met echt veel geld, zoals Anton Kröller, bewoner van Groot Haesebroek, hadden zowel een Wassenaars als een Haags telefoonnummer.
Een veel voorkomend beroep in Wassenaar was dat van arbeider. Tegenwoordig zouden we dat beroep niet graag meer vermeld zien achter onze naam, net zo min als dat van boerenknecht of werkvrouw. Liever zijn we agrarisch medewerker of interieurverzorgster. In het adresboek vinden we portiers, huisbewaarders, huisknechten, chauffeurs, tuinbazen en één stalmeester, beroepen die verbonden waren aan de buitenplaatsen en villa’s die Wassenaar rijk was. J. van Leeuwen aan de Waalsdorperlaan was nachtwaker, wat misschien ook wel verband houdt met de aanwezigheid van chique behuizingen. F.P. Jansen aan de Rijksstraatweg onder Kerkehout was toen nog “rijwiel en motorhandelaar”. Pas later zou hij zich grootschalig met auto’s en de verkoop van benzine gaan bezighouden.
Sommige beroepen herinneren aan een voorbije tijd. P.J. van der Ham, Schoolstraat 22, was “omroeper en gemeentearbeider”. Bij omroeper denken we tegenwoordig aan de televisie, maar Van der Ham liep door de gemeente, sloeg op zijn gong en dreunde luidkeels de gemeenteberichten op. Zadelmakers kom je tegenwoordig niet veel meer tegen. Een verrassende combinatie van functies had D. Schröder, Achterweg 4, die als “barbier en tuinder” vermeld stond. Blijkbaar kon men in die tijd van alleen de schaar en de scheerkwast niet leven. Zo was J. Stouten, Schoolstraat 52, zowel kapper als kleermaker. Maar er werd wel vaker gecombineerd. Zo was J.A. Vogels aan de Schouwweg zowel caféhouder als metselaar. Misschien dat restaurant het Schouwtje daarom zo’n bijzonder gevormde schoorsteen heeft. Een enkel beroep roept vragen op. H. Remmerswaal, Waalsdorperlaan 19, was klokkenluider. Maar wat moet een klokkenluider aan de Waalsdorperlaan? Er is daar in de verste verte geen klok te vinden. Of was hij misschien klokkenluider in figuurlijke zin?
Robert van Lit