Al geruime tijd geleden schreef ik een stukje over de korenmolen van Wassenaar met als titel: Cooren wint-molen te huyren. In 1615 werd de molen door ‘Vrouwe Princesse van Ligne’ te huur aangeboden en dan te bedenken dat de molen op dat moment in bedrijf was en dat de molenaar Adriaen Jansz. in het bijbehorende huis woonde. (Wilt u dit stukje nog eens lezen, dan kunt u het vinden in het boek: Actueel verleden op bladzijde 10.)
Een wonderlijke geschiedenis. Zou hij dan geen huur betalen, zo vroeg ik mij af.
In welk archief zou ik het antwoord op die vraag kunnen vinden? Eén van de best bewaarde familiearchieven is dat van de familie Van Wassenaer naar ik begrepen heb: het Huisarchief Twickel te Delden. En ja hoor, in een van de jaarlijks door een rentmeester opgemaakte financiële rekeningen (1618, bldz. ix) wordt dit raadsel opgelost.
“Ander ontfanck van molens. De molen tot Wassenaer daer van de wint met het molenrecht van dijen in huijre heeft genomen Adriaen Jansz. voor ses ende veertich ponden ende twee coppel capoenen [een kapoen is een gecastreerde haan] suiver vrij gelt van als oock vande verpondinge ingegaen sijnde den viij decembris xvjC ende elff den tyt van ses jaren welcke hyre geexpireert sijnde heeft dit jaer gebruyckt sonder huyre als wesende in proces jegens haere excellentie dus hyer de oude huyre.”
Nu kan ik me voorstellen dat u zich afvraagt wat dit nu weer voor een taaltje is.
De ervaring leert dat wanneer u deze tekst hardop leest één en ander al duidelijker wordt. Een vaste grammatica bestond er zo rond 1615 nog niet. In de regel werden dit soort teksten geschreven in het dialect van de schrijver. (De eerste officiële spelling dateert van 1804, al was het wel zo, dat sinds de uitvinding van de boekdrukkunst er al sprake was van wat meer eenheid in de spelling) Zo ziet u bijvoorbeeld dat het woord huur in deze tekst als huijre, als hyre en als huyre wordt geschreven. Wel wordt duidelijk, dat de molenaar gedurende het proces tegen hare excellentie – de Princesse van Ligne – de oude huur moet betalen en zo is deze vraag ook weer de wereld uit.
Carl Doeke Eisma

Uit: De korenmolen van Wassenaar, ’s Gravenhage 1989, blz. 14. Het betreft hier een deel van een kaart van Jacob Coenz. (1550). Huisarchief Twickel.