Droomcarrière van een 18e eeuwse boerenknecht
In 1784 doet zich een conflict voor over de vrije passage met paard en wagen over “de Laan van den Huyse van Raaphorst”. Op verzoek van de baljuw en schout en ten overstaan van twee schepenen en de secretaris van het ambachtsbestuur leggen elf inwoners van Wassenaar een verklaring af waarin zij getuigen dat zij, zolang zij zich kunnen heugen, vrij en ongehinderd door een hek of slagboom, over de Laan van Raaphorst hebben kunnen rijden.
Een van de getuigen is Claas Hillenaer, oud 61 jaar. Hij verklaart “dat hij in zijn jeugd 15 jaar op de Kerkewooning onder Wassenaer gewoond hebbende, in die tijd veeltijds na en van de kerk over de Laan van Raaphorst is gereeden en gegaan […..] en dat hij deposant [getuige], of die van zijn huysgezin, nu nog, terwijl hij woond op de wooning [boerderij] van den Heer Rosendaal leggende onder Wassenaer aan de Veenzijde, zulks genoegzaam dagelijks doed.”
In 1790 treedt Claas Hillenaer in een vergelijkbare kwestie opnieuw op als getuige. Hieruit leren we nog dat hij “van het tiende jaar zijns ouderdoms woonende is onder deze Baronnije” en dat hij “bij zijn oom […..] op de Kerkewooning onder Wassenaer heeft gediend”.
Over Claas Hillenaer weten we nu al heel wat. Hij werd op zijn tiende jaar opgenomen in het gezin van zijn oom op de boerderij Kerkewoning. Hij heeft daar vrijwel zeker leren melken; met 14 jaar konden boerenkinderen volleerde melkers zijn. Hij is inwonende boerenknecht bij zijn oom gebleven totdat hij 25 jaar was, waarna hij daar is vertrokken. Dat spoort aardig met zijn huwelijksdatum: hij trouwt op 5 november 1747 met Catie van der Zalm in de katholieke kerk van Wassenaar en krijgt met haar vier kinderen. De meest sprekende aanwijzing dat hij zelfstandig boer is geworden, vinden we in de overzichten van de sterfte van rundvee over de periode 1769-1781. In deze twaalf jaren heeft hij 59 runderen ziek zien worden, waarvan er slechts 12 weer beter werden. En in 1784 blijkt dus, dat hij op een woning van de heer Rosendaal aan de Veenzijde zijn bedrijf uitoefent.
Claas Hillenaer klom niet alleen op van boerenknecht naar zelfstandig boer met een redelijk grote boerderij, hij ging ook behoren tot de regentenkringen van het dorp. In 1766 werd hij benoemd tot schepen en opnieuw in 1770. In 1775 wordt hij benoemd tot ambachtsbewaarder, en opnieuw in 1777 en 1785. Een mooiere carrière kon een boerenknecht zich in deze tijd nauwelijks wensen.
Marry Niphuis-Nell
Boeren aan het werk bij de hooibouw, ca. 1800. J. le Francq van Berkhey, Natuurlijke historie van Holland, deel negen: Het rundvee, 1811, plaat XXXXViii, fig. 10.