Van onze dorpsgenoot Jasper Stijnis kreeg ik onlangs een boekje dat Cees van Welie, de broer van zijn vrouw, gemaakt heeft. Zowel Jasper als zijn vrouw komen uit een familie van smeden al wisten ze dat niet toen ze elkaar voor het eerst ontmoetten.
Het boekje gaat vooral over de vader van Cees. Sinds men metaal is gaan gebruiken en dat was zo’n 9000 jaar voor Christus in het Midden Oosten al het geval, was de smid een belangrijke functionaris in de steden en dorpen. In die tijd hing er een waas van geheimzinnigheid rond dit beroep vandaar de uitdrukking ‘Het geheim van de smid’. Zowel de Romeinen als de Grieken kenden een god van de smeedkunst te weten Vulcanus en Hephaistos. Zeker voor boeren en andere ambachtslieden was hij onmisbaar omdat hij onder meer het gereedschap dat ze nodig hadden om hun beroep uit te kunnen oefenen maakte en ook het leger maakte dankbaar gebruik van zijn kennis en kunde. Sinds de industriële revolutie werd een groot deel van dit werk overgenomen door machinefabrieken.
Gerrit Jacobus van Welie
Gerrit is op 5 februari 1912 in Middelharnis geboren. Zijn vader Cornelis was sigarenmaker en hij was getrouwd met Elisabeth de Lange. Na de lagere school ging Gerrit naar de Ambachtsschool in Middelharnis waar hij de opleiding tot smid volgde. Om financiële redenen heeft hij deze opleiding niet afgemaakt en vervolgens ging hij bij een smid in Middelharnis werken. In 1932 moest hij in militaire dienst. Hij werd bij het Regiment Grenadiers in Den Haag geplaatst. In deze tijd leerde hij tijdens marsen en oefeningen Den Haag en omstreken kennen en dit zou later tot gevolg hebben dat hij in Wassenaar kwam wonen. Na een half jaar kwam hij weer terug in Middelharnis en hier heeft hij enkele jaren de Avondteekenschool bezocht. Op 24 maart 1934 komt hij dan ook in Wassenaar op het adres Hallekensstraat 10 wonen en hij gaat als smid werken bij Willem de Boer die een smederij had aan de Havenstraat 33. In 1938 behaalt hij het Rijksdiploma Hoefsmid en in datzelfde jaar trouwt hij op 28 oktober met Baafje van den Berg. Ze gaan in de Bloemluststraat op nummer 40 wonen. Ze krijgen vier kinderen, drie meisjes en een jongen. Die jongen, Cees, heeft het eerder genoemde boekje geschreven en één van de meisjes, Els, is getrouwd met Jasper Stijnis. In 1939 moet Gerrit zich melden bij het Regiment Grenadiers in Den Haag en na de capitulatie krijgt hij op 25 mei 1940 groot verlof. Hierna gaat hij weer bij Willem de Boer werken. Wanneer Willem besluit te stoppen met zijn smederij nemen Gerrit en zijn collega Jan Raggers op 1 september 1946 de smederij over. In 1955 verhuist Gerrit met zijn gezin naar de Oostdorperweg 61. Op 23 mei 1957 kopen Gerrit en Jan een stuk grond aan de haven en hier wordt een nieuwe werkplaats met een verdieping erop gebouwd. In die tijd werden er nog veel werkpaarden gebruikt en het beslaan van die paarden gebeurde vaak bij Gerrit en Jan. Ook werden er door de firma de nodige hekken geplaatst zoals het hek rond Duinrell. Verder vindt er het nodige onderhoud plaats en worden er reparaties verricht. In 1977 wordt het bedrijf opgeheven en het pand aan de Hofcampweg 286 wordt verkocht. Op 30 januari 1985 is Gerrit overleden.
Na 1977 was er op het adres Hofcampweg 286 een manufacturenzaak gevestigd om in 1992 plaats te maken voor een restaurant. Sinds 2005 heeft het Argentijnse restaurant La Bamba Dos er zijn plekje gevonden.
Carl Doeke Eisma
