In mei 1987 werd de opgraving van het Bronstijdgraf in het Weteringpark beëindigd. De skeletten waren overgebracht naar het Instituut voor Prehistorie in Leiden. Gertrudis Offenberg gaf in een artikel in het tijdschrift Spiegel Historiael (1987 nr. 10) een pakkende beschrijving van de stoffelijke resten.
Zij schreef dat het laboratorium …”lijkt op een mortuarium. Op lange schragentafels liggen blauwe en donkergrijze plastic zakken gevuld met skeletresten. Er hangen labels met coderingen aan. Een schedel staat op een werkplateau, omringd door kwastjes, pincetten, lijm en andere preparatie-attributen. Een andere schedel ligt op zijn kant: de onderkaak vertoont een flink hakspoor. Van één bundel blijkt het plastic gescheurd en door de opening is het skeletje van een baby te zien. Helder zonlicht valt over de resten van wat eens een groep mannen, vrouwen en kinderen is geweest.”
Nader onderzoek wees uit dat de groep voornamelijk uit mannen en kinderen bestond. Hun lichaam was nog slap toen het in de grafkuil werd gelegd, waaruit blijkt dat deze personen ongeveer gelijktijdig om het leven zijn gekomen. Eén persoon, die op de buik in het graf had gelegen, bleek een vrouw te zijn. Beschadigingen aan enkele schedels leken erop te wijzen dat deze mensen door bijlslagen om het leven zijn gekomen. Bovendien werd een vuurstenen pijlpunt aangetroffen in een borstkas. Een gewelddadige dood van het twaalftal ligt dus voor de hand. C-14 datering bracht verder aan het licht dat de skeletten op circa 1700 voor Christus gedateerd kunnen worden. Daarmee zijn ze iets jonger dan de vondsten die in Pasen 1987 in de zandheuvel werden gedaan en die uit ca. 2000 voor Christus stammen. Wat zich rond 1700 voor Chr. bij de heuvel heeft afgespeeld, zal wel altijd onbekend blijven. Archeologen houden het er voorlopig op dat hier sprake was van een “sociaal conflict” tussen locale boerengemeenschappen. Blijkbaar was de Bronstijd toch niet zo vredig als altijd gedacht was.
In Wassenaar ging ondertussen de aanleg van de nieuwe woonwijk Weteringpark verder. De archivaris van het gemeentearchief, mevrouw J.C. Kapma, kreeg het idee om de toekomstige straten in het Weteringpark namen te geven die met de opgraving verband houden. Zij vroeg professor Louwe Kooijmans suggesties te doen. Zijn voorstellen werden door de gemeenteraad overgenomen, met toevoeging van het achtervoegsel “kreek”. In december 1987 stelde de raad officieel de volgende straatnamen vast: Klokbekerkreek, Maalsteenkreek, Pijlspitskreek, Schervenkreek, Speerpuntkreek, Strandwal en Vuursteenkreek.
Later nam het gemeentebestuur bovendien het besluit om in het Weteringpark een gedenkteken te plaatsen. Het graf is gevonden direct naast het huidige pand Strandwal nr. 113; op enkele meters afstand daarvan werd in het trottoir een simpele figuratie aangebracht, die twee menselijke gestalten moet weergeven. Daarnaast legde men een gedenksteen met de tekst: “Op deze plaats troffen archeologen in mei 1987 een nederzetting aan uit de Bronstijd met verschillende gebruiksvoorwerpen uit die periode. Ook werd een bijna 4000 jaar oud graf met skeletten blootgelegd.”
Ruim twee en een half jaar later werd het graf tijdelijk gereconstrueerd in de Wassenaarse Oudheidkamer in de Europaschool. Daarna verdwenen de skeletten voor langere tijd in dozen. Momenteel overweegt men ze weer tentoon te stellen in het kader van een door de provincie georganiseerde archeologische expositie. Nader onderzoek moet uitwijzen of de conditie van de botten dat wel toestaat.
Robert van Lit