Freddie David Bram Da Silva (Van Zuylen van Nijeveltstraat 106)
Freddie David Bram Da Silva
Op 25 oktober 1909 wordt in Amsterdam Ferdinand David Bram Da Silva geboren als eerste kind van Arnold David Da Silva (1879) en Anna Da Silva Palache (1883). Zijn ouders noemen hem Freddie. Ruim tien jaar later wordt het gezin verblijd met de geboorte van een meisje: Ellen Reina Da Silva (1920).

Freddie Da Silva met in het midden zijn moeder Anna Da Silva – Palache
en links zijn zus Ellen (foto Joods Monument).
Na de lagere school gaat Freddie naar de H.B.S en vervolgens naar de universiteit in Amsterdam. In 1934 legt hij daar het doctoraalexamen in de biologie af. Vier jaar later slaagt hij cum laude voor zijn doctoraalexamen aardrijkskunde. In 1938, hij is dan 28 jaar, volgt zijn benoeming als docent op het Rijnlands Lyceum in Wassenaar en gaat wonen op de Van Zuylen van Nijeveltstraat 106. Bijna twee jaar zijn Freddie en Ernest Frijda[1] collega’s van elkaar.

Klassenfoto met Freddie Da Silva, tweede van links, Rijnlands Lyceum, 1939
(foto: Rijnlands Lyceum Wassenaar)
Als op 15 mei 1940 Nederland capituleert voor de Duitse overmacht volgen kort hierna de eerste maatregelen tegen Joodse medeburgers. Joodse docenten worden geweerd uit het onderwijs. Zo moet Freddie Da Silva het Rijnlands Lyceum verlaten. Begin september 1941 mogen Joodse kinderen alleen nog les krijgen van Joodse docenten op scholen die uitsluitend bestemd zijn voor joodse leerlingen. Zo’n school is het Joodsch Lyceum in Den Haag. Gevestigd in de Fischerstraat opent het op 15 oktober 1941 zijn deuren. Freddie gaat hier werken als docent voor de vakken plant- en dierkunde en aardrijkskunde. Hij is daar één van de jongste docenten. Na de oorlog schrijft een collega over hem: “Hij was ontwapend naïef en kon heel goed met de leerlingen opschieten. Velen waren gek op hem. Met enorme ijver en energie richtte hij zich op school en de leerlingen. Er was geen leerling die in die dagen tevergeefs een beroep op hem deed.”

Freddie Da Silva, Joodsch Lyceum 1941 privécollectie: J. Palti -Gabriëls, Haifa/Joods Monument).
Dit laatste doen leerlingen die een veilig adres zoeken voor henzelf of hun familie. Uit verhalen blijkt dat Freddie contact onderhoudt met studenten die actief zijn in verzetsgroepen. In 1943, wanneer het voor Joden steeds moeilijker wordt, zinspeelt Freddie in de klas in bedekte bewoordingen op het onderduiken. Harry Nihom, één van zijn leerlingen, gaat na de les naar hem toe om te vragen wat hij bedoelt. Da Silva geeft aan dat zijn moeder maar contact moet opnemen. Het resulteert erin dat Harry en zijn broer Rolf onderduiken op een tijdelijk adres in Den Haag. Via een Utrechtse verzetsgroep komen ze uiteindelijk op een onderduikadres in Rheden. De inspanningen van Freddie Da Silva zijn levensreddend, want beide broers en hun moeder overleven de oorlog. Rolf zal later in de voetsporen treden van Da Silva en les gaan geven als docent op het Nederlands Lyceum in Den Haag.
Zelf besluit Freddie om begin 1943 ook onder te duiken, maar wordt toch opgepakt. Op 2 februari komt hij, samen met zijn ouders en zus, aan in Kamp Westerbork. Als lid van de Portugese Israëlitische Gemeente (PIG) heeft Freddie voorlopig nog een beschermde status. Een speciaal stempel zorgt voor een voorlopige vrijstelling of transport naar een kamp met “een milder regime”. Ook proberen sommige Portugese joden via de zgn. Calmeyer-lijst[2] aan deportatie te ontkomen. De meeste van hen vertrekken naar Theresienstadt. Van hieruit gaan velen uiteindelijk toch naar Auschwitz.
Het overkomt ook Freddie. Op 25 februari 1944 gaat hij op transport naar Theresienstadt. Drie maanden later, op 18 mei 1944, gaat hij naar Auschwitz. Kort voor de bevrijding van het vernietigingskamp (27 januari 1945) wordt het kamp ontruimd. Samen met duizenden andere overlevenden begint Freddie aan een dodenmars richting het westen, dwars door Midden-Europa.
Het is niet bekend wat er precies is gebeurd, maar aangenomen wordt dat hij en zijn zus Ellen op 28 februari 1945 al niet meer in leven waren. De plaats van overlijden is evenmin bekend. Daarom wordt Midden-Europa als plaats van overlijden aangehouden.
Freddie is dan pas 35 jaar. Zijn zus Ellen 25 jaar. Ook de ouders overleven de oorlog niet. Hun vader Arnold is dan al op 65-jarige leeftijd vermoord in Auschwitz, evenals hun moeder Anna. Zij bereikt de leeftijd van 61 jaar.
Als blijvende herinnering aan de twee vermoorde joodse leraren, da Silva en Frijda, hangt er op het Rijnlands Lyceum een plaquette.

Plaquette Rijnlands Lyceum Wassenaar ter nagedachtenis aan E. Frijda en F. Da Silva
(foto: archief Rijnlands Lyceum Wassenaar).

Van Zuylen van Nijeveltstraat 106 (foto: Mariëtte van Lit-Pieterse).
Ter nagedachtenis aan Freddie Da Silva
is er op de Van Zuylen van Nijeveltstraat 106
een struikelsteen geplaatst.

Foto Jan van der Plas
©Ton Beijersbergen
Werkgroep Struikelstenen Wassenaar
https://www.oudwassenaer.nl/2e-wereldoorlog/struikelstenen
[1] Zie brochure “Stolpersteine in Wassenaar” deel 1, november 2021 (pag. 12 t/m 15).
[2] Hans-Georg Calmeyer was een Duitse jurist die tijdens de Tweede Wereldoorlog als ambtenaar in Nederland werkte. Hij heeft tussen februari 1941 en september 1944 naar schatting ongeveer 3700 mensen het leven gered door bezwaarschriften goed te keuren, waarin zij aangaven geen jood te zijn.