Oud Wassenaer

  • Home
  • Vereniging
    • Wie zijn we en wat doen we
    • Bestuur, commissies, werkgroepen
    • Statuten
    • Huishoudelijk reglement
    • Lid worden
    • Contact
    • Beleidsplan
    • Jaarverslagen
    • Ledenvergadering
    • Privacyverklaring
  • Nieuws
    • Nieuwsberichten
    • Nieuwsarchief
  • Activiteiten
    • Open Monumentendag
    • Cursussen
    • Cursusarchief
    • Excursies
    • Lezingen
    • Monumentenborden
    • Schenkingen
    • Tentoonstellingen
    • Bibliotheek
  • Publicaties
    • Publicaties
    • Capita Selecta
  • Actueel Verleden
  • 2e Wereldoorlog
    • Namenlijst Wassenaarse slachtoffers 2e Wereldoorlog
    • Struikelstenen
    • Verhalen
    • Herdenkingen
    • 80 jaar vrijheid
    • Diverse onderwepen
  • Links
  • Contact
  • Zoek

Oud Wassenaer

  • Home
  • Vereniging
    • Wie zijn we en wat doen we
    • Bestuur, commissies, werkgroepen
    • Statuten
    • Huishoudelijk reglement
    • Lid worden
    • Contact
    • Beleidsplan
    • Jaarverslagen
    • Ledenvergadering
    • Privacyverklaring
  • Nieuws
    • Nieuwsberichten
    • Nieuwsarchief
  • Activiteiten
    • Open Monumentendag
    • Cursussen
    • Cursusarchief
    • Excursies
    • Lezingen
    • Monumentenborden
    • Schenkingen
    • Tentoonstellingen
    • Bibliotheek
  • Publicaties
    • Publicaties
    • Capita Selecta
  • Actueel Verleden
  • 2e Wereldoorlog
    • Namenlijst Wassenaarse slachtoffers 2e Wereldoorlog
    • Struikelstenen
    • Verhalen
    • Herdenkingen
    • 80 jaar vrijheid
    • Diverse onderwepen
  • Links
  • Contact
  • Zoek

Judith Rosen Jacobson – Ferares (Nassaulaan 5)

 

Judith Rosen Jacobson – Ferares

Op 3 december 1886 wordt Judith Ferares geboren in Amsterdam. Zij is het eerste kind van Raphael David Ferares (1857) en Paulina Catharina Deen (1866). In het gezin worden later nog twee dochters geboren: Rachel (1888) en Charlotte (1890).

In 1908 trouwt Judith op 21-jarige leeftijd met de 16 jaar oudere Jacob Eduard Rosen Jacobson (1870-1937), rechter bij de arrondissementsrechtbank in Rotterdam. Het echtpaar gaat wonen aan de Mathenesserlaan waar hun vier kinderen worden geboren: Elisabeth Henriëtte Marianna (Lijs) 1909-2003, Pauline Catharine (Pau) 1910-2008, Robert Raphael Maurits (Rob) 1913-2002 en Eduard Jacob (Jaap) 1916-2015.

Ferares 01

Het gezin Rosen Jacobson, v.l.n.r. Pauline, Jacob, Rob, Lijs en Judith met op schoot Jaap, Rotterdam 1917
(foto: familie Rosen Jacobson).

In 1930 verhuist het gezin naar de Nassaulaan in Wassenaar. De familie betrekt daar hun nieuwe woning, een ontwerp van de bekende Haagse architect Co Brandes[1].

In het jaar dat Adolf Hitler in Duitsland aan de macht komt (1933), wordt er bij Judith een nier operatief verwijderd. Gelukkig levert de ingreep haar geen lichamelijke beperkingen op. Vier jaar later in 1937, slaat het noodlot wel toe wanneer Jacob op 67-jarige leeftijd overlijdt.

Judith is van nature positief ingesteld, zorgzaam voor anderen, maar houdt ook graag de regie in eigen handen. Voor haar kinderen is ze nu moeder en vader tegelijk. De beide broers studeren nog en Judith zorgt voor een warm gezinsleven waarin cultuur en muziek een belangrijke rol spelen. Regelmatig koopt zij prenten en kunst van tot dan toe nog onbekende kunstenaars, maar ook van Jan Toorop die zij persoonlijk kent. In huize Rosen Jacobson wordt veel gemusiceerd. Judith speelt dan aan de vleugel, haar zonen cello en viool. Aan huis worden met enige regelmaat muziekuitvoeringen gegeven.

Ferares 02

Muziekuitvoering. Rob (viool), Jaap (cello) en Judith aan de vleugel, Rotterdam, maart 1927
(foto: familie Rosen Jacobson).

Toch zullen de gezinsleden met hun Joodse achtergrond zich zorgen hebben gemaakt om de verslechterende situatie in Duitsland. Ongetwijfeld hebben zij kennisgenomen van gevluchte Joodse families die dachten in Wassenaar een veilig onderkomen te hebben gevonden.

Ferares 03

Judith met haar dochter Lijs aan het paardrijden in de omgeving van hun huis.
Links de toren van de Kievietkerk, 1932 (foto: familie Rosen Jacobson).

 Wanneer op 10 mei 1940 de Duitsers ons land binnenvallen, zijn de kinderen inmiddels volwassen, hebben een baan of zijn aan het afstuderen. Pauline is bij het uitbreken van de oorlog in Nieuw-Zeeland en zal pas na de oorlog voor korte tijd terugkeren. Bij gevechtshandelingen in de eerste dagen van de oorlog raakt het huis aan de Nassaulaan beschadigd, maar blijft het bewoonbaar.

Begin juli 1940 worden de eerste maatregelen tegen Joden ingevoerd. Vooralsnog maken Judith en haar kinderen zich geen zorgen. Dit verandert wanneer een half jaar later de aanmeldingsplicht “voor alle personen van geheel of gedeeltelijk Joodschen bloede” wordt afgekondigd. Hierbij moeten de joodse grootouders worden opgegeven. Het zorgt aan de Nassaulaan voor een verhitte discussie. Het geloof heeft in de opvoeding van de kinderen nooit een rol gespeeld en het gezin voelt zich ook niet betrokken bij het Joodse geloof. De familie wil aanvankelijk minder Joodse voorouders opgeven. Judith echter, standvastig als ze is, beslist op het laatste moment anders. Ze wil haar ouders van Portugees Joodse afkomst niet verloochenen en zo worden uiteindelijk alle vier de Joodse grootouders opgegeven.

 Ferares 04

Judith met haar zonen Rob (links) en Jaap (rechts) in Schotland, 1934
(foto: familie Rosen Jacobson).

Later, wanneer de Jodenvervolging begonnen is, komen de Joden van Portugees Joodse afkomst in actie om aan te tonen dat zij niet tot het Joodse, maar tot het mediterrane “ras” behoren. Hiermee proberen zij een plaats te bemachtigen op de Portugezen- en emigratielijsten om zo aan deportatie te ontkomen. Sommigen trachten via de zgn. Calmeyer-lijst[2] aan die deportatie te ontkomen. Ruim een jaar later zal de familie Rosen Jacobson juridische stappen ondernemen om de eerder gedane opgave van het aantal joodse grootouders te wijzigen.

Wanneer op 15 april 1941 wordt aangekondigd dat Joden hun radio moeten inleveren, brengt de familie hun goede radio ergens veilig onder en levert een oud toestel in. Twee maanden later worden Joden verplicht om hun koper, nikkel, tin en lood in te leveren. Judith maakt gebruik van het aanbod van een vriendin om allerlei waardevolle voorwerpen te begraven op een landje in de buurt van Bennekom. Zo verdwijnen het koper en tin, verpakt in wasketels, uit huis. Het kenmerkt de onverzettelijke houding van Judith: niets mag in Duitse handen vallen!

Ferares 05

Judith met haar kinderen in de tuin van hun huis aan de Nassaulaan, juni 1933
(foto: familie Rosen Jacobson).

Ondanks alle toenemende zorgen is er gelukkig ook nog ruimte om het leven te vieren. Wanneer Jaap, de jongste zoon, op 1 juli 1941 slaagt voor zijn doctoraalexamen Nederlands Recht, is er die dag thuis een examenfeestje met lopend diner waarbij Judith gebruikmaakt van de voorraad voedsel.

Vreugde en zorgen liggen in die tijd dicht bij elkaar. Dit ervaart het gezin wanneer op 17 augustus van dat jaar Joods grondbezit moet worden aangegeven. Er bestaat dan grote onzekerheid onder Joden over hoelang zij nog in hun eigen huis kunnen blijven wonen. Ook moeten Joden hun geldelijk vermogen inleveren bij Lippman, Rosenthal & Co[3] in Amsterdam.

Judith blijft zich verzetten tegen de Duitsers en hun maatregelen tegen de joodse Nederlanders.

Haar zoon Jaap schrijft later hierover: “Maar mama is, als steeds, optimist. Een optimisme gepaard aan wil om zich te verzetten en een fighting spirit, die zij gedurende de gehele Duitse bezetting, tot ik haar voor het laatst per telefoon sprak, aan de dag heeft gelegd en waardoor de stemming thuis eigenlijk, ondanks alles, steeds zo voortreffelijk is geweest. Als ik de zaken wel eens somber inzag, was moeder altijd welgemoed, vol vertrouwen dat zij wel één of andere oplossing zou vinden om zich tegen de Duitsers en hun bepalingen te verzetten. Daarin vond ik haar wel eens overmoedig en onvoorzichtig, zag de verdergaande rücksichtsloze gedragslijn van de bezetter niet in”.

De effecten en andere waardepapieren worden verstopt in een dicht gesoldeerde blikken trommel en vinden eveneens hun weg naar Bennekom. Intussen ontstaat er een correspondentie met de Liro-bank. Er worden vragen gesteld en er zijn verzoeken om handtekeningen. De familie is echter niet bereid om mee te werken en neemt een trainerende houding aan.

Het is 23 april 1942 als er van het gemeentehuis in Wassenaar per telefoon wordt aangekondigd dat het huis aan de Nassaulaan per 1 mei zal worden gevorderd door de Duitsers. Dan al is bijna de complete inventaris van het huis ondergebracht bij buren, vrienden en kennissen. Kort hierna komen Duitse officieren polshoogte nemen en één van hen geeft aan dat de vleugel privé-eigendom mag blijven. Wanneer op 1 mei het huis wordt overgedragen aan de Duitsers, maakt een Oberfeldwebel misbaar over het feit dat de vleugel verdwenen is. Ook hier treedt Judith onverschrokken op. Uiteindelijk lijken de Duitsers het zo wel goed te vinden. Eén straat verder, op de Waldeck Pyrmontlaan, vindt het gezin tijdelijk onderdak.

Twee dagen later worden Joden verplicht om een ster te dragen. Judith en haar kinderen besluiten om verschillende redenen dit niet te doen. Korte tijd later volgt er van het gemeentehuis wederom een telefoontje met de mededeling dat de ingekwartierde officieren zijn vertrokken en dat het huis weer is vrijgegeven. De inkwartiering heeft maar veertien dagen geduurd en de familie keert terug naar hun huis aan de Nassaulaan. Vanuit de Liro-bank neemt de druk toe en men dreigt de zaak in handen te geven van de Duitse autoriteiten met alle gevolgen van dien.

Ferares 06

Judith Rosen Jacobson – Ferares, 1935
(foto: familie Rosen Jacobson).

In juni 1942 krijgen Joodse Wassenaarders bezoek van medewerkers van de Hausraterfassungsstelle. Deze organisatie richt zich op het in kaart brengen van alle roerende goederen die Joden achter moeten laten bij hun gedwongen verhuizing of deportatie. In huize Rosen Jacobson worden de laatste onderdelen van het tafelzilver ingeruild voor stalen bestek, opdat de Duitsers echt niets van waarde zullen aantreffen.

Rob, die werkzaam is als ingenieur aan de kanalisatie van de Oude IJssel, wordt op 8 juni door de Gestapo in Doetinchem gearresteerd en overgebracht naar het Oranjehotel in Scheveningen.

De gebeurtenissen volgen elkaar dan snel op. Op de eerste juli bellen medewerkers van de Hausraterfassungsstelle aan op de Nassaulaan waarop dat moment Judith alleen thuis is. De Duitsers en hun Nederlandse medewerkers vinden blijkbaar weinig van hun gading en constateren wellicht dat er veel is verdwenen. Hierop wordt Judith gearresteerd en overgebracht naar het politiebureau aan de Van Zuylen van Nijeveltstaat. Het politierapport van die dag vermeldt o.a. dat zij om 12.00 uur na te zijn gefouilleerd wordt opgesloten in cel I en dat zij ter beschikking staat van “dhr. J.H. Scharff, waarnemend Colonne führer Hausraterfassung Zenstralstelle für Jüdische Auswanderung, gevestigd Adema van Scheltemaplein 1 te Amsterdam.” Diezelfde middag wordt Judith’s dochter Lijs door de politie opgehaald, maar twee uur later weer op vrije voeten gesteld. Op het politiebureau hebben moeder en dochter elkaar nog even gezien en omhelsd. Ondertussen heeft men in de agenda van Judith een notitie gevonden waarin staat dat “de vleugel veilig het huis was uitgegaan”, terwijl Judith en haar dochter het bezit van de vleugel in eerste instantie hebben ontkend. Die dag wordt er door de politie op verschillende adressen gezocht naar bezittingen van de familie Rosen Jacobson en in de loop van de middag wordt Judith “door den heer Scharff op transport gesteld naar Amsterdam teneinde aldaar ter beschikking te worden gesteld van de Duitse Politie”. Blijkbaar is zij daar maar kort geweest, want diezelfde dag nog wordt zij overgebracht naar een Haags politiebureau aan de Laan Copes van Cattenburch. Daar worden ’s avonds door een huisvriend o.a. een jas en toiletgerei afgegeven. De volgende dag, het is dan 2 juli wordt Judith overgebracht naar het Oranjehotel in Scheveningen. Eén dag later wordt Rob, haar zoon, daar vrijgelaten. Moeder en zoon hebben, waarschijnlijk zonder het van elkaar te weten, één nacht samen doorgebracht in de Scheveningse gevangenis!

In de dagen die volgen besluiten Jaap en Rob te vluchten naar Zwitserland. Henk Hartog, woonachtig aan de Duinvoetlaan, is óók zoekende naar een manier om Nederland te ontvluchten en sluit zich bij hen aan. Een kleine week na de arrestatie van Judith begint het drietal aan hun reis naar de vrijheid[4].

Het zou voor de hand hebben gelegen dat Judith wordt overgebracht naar Kamp Westerbork om vandaar gedeporteerd te worden. Haar weg naar een zekere dood verloopt echter anders. Meerdere keren worden kleine groepen strafgevangenen vanuit Scheveningen rechtstreeks naar Duitsland vervoerd. Het overkomt ook Judith. Op 9 september 1942 komen zij en anderen aan in Ravensbrück[5].

 

Bij binnenkomst wordt Judith administratief ingeschreven onder kampnummer 13645.0. Haar verblijf duurt niet lang, want nog geen maand later wordt zij op transport gesteld naar Auschwitz.

Haar aankomst daar staat genoteerd op 5 oktober. Vanuit dit oord van verschrikking stuurt zij nog een kaart naar een adres aan de Bloemcamplaan. De kaart is ongedateerd en ook niet gestempeld. De tekst is tussen de regels door cynisch, maar ook humoristisch en getuigt van haar schijnbaar ongebroken geestkracht. Er zijn groeten voor dochter Pauline, familie en de hond Sorka. Het is het laatste levensteken van Judith, want tien dagen na haar aankomst wordt zij op 55-jarige leeftijd vermoord.

Haar vier kinderen hebben de oorlog overleefd.

Lijs heeft ondergedoken gezeten op verschillende adressen, ontvangt op één van die adressen de kaart van haar moeder uit Auschwitz. Zij wordt na verraad gevangengenomen, maar weet uiteindelijk te ontsnappen. In 1947 trouwt zij met Floris Hartog, de broer van de in dit verhaal genoemde Henk Hartog.

Pauline is tijdens de oorlog verhuisd van Nieuw-Zeeland naar de Verenigde Staten waar zij de rest van haar leven is blijven wonen.

Rob bereikt na veel tegenslagen uiteindelijk Engeland en de broers treffen elkaar weer op 6 april 1944, éénentwintig maanden na hun vertrek uit Wassenaar.

Jaap bereikt na veel omzwervingen in december 1942 het vrije Engeland. Het is daar dat hij het bericht verneemt dat zijn moeder is overleden.

Na de bevrijding gaat hij naar Bennekom. Daar wordt na enig zoekwerk de blikken trommel teruggevonden. Later worden ook de wasketels met inhoud opgegraven.

Ferares 07

Nassaulaan 5 (foto: Mariëtte van Lit-Pieterse).

Ter nagedachtenis aan

Judith Rosen Jacobson – Ferares

ligt er op dit adres een struikelsteen.

Ferares 08

Foto Jan van der Plas

Ferares 9

Nationaal Holocaust Namenmonument Amsterdam (foto: Ton Beijersbergen).

©Ton Beijersbergen

Werkgroep Struikelstenen Wassenaar

https://www.oudwassenaer.nl/2e-wereldoorlog/struikelstenen

 

[1] Co Brandes (1884-1955) was samen met Jan Wils één van de belangrijkste architecten van de Nieuwe Haagse School. Deze stijl bestond grofweg tussen de jaren twintig en vijftig van de vorige eeuw met een hoogtepunt rond 1930. Brandes ontwierp o.a. een aantal Wassenaarse villa’s en ook de St. Bonifaciusschool (1918) is van zijn hand.

[2] Hans-Georg Calmeyer was een Duitse jurist die tijdens de Tweede Wereldoorlog als ambtenaar in Nederland werkte. Hij heeft tussen februari 1941 en september 1944 naar schatting ongeveer 3700 mensen het leven gered door bezwaarschriften goed te keuren, waarin zij aangaven geen jood te zijn.

[3] Lippmann, Rosenthal & Co. of kortweg Liro, in de volksmond ook bekend als de "Duitse roofbank" of "Nazibank", was een bank aan de Sarphatistraat nabij het Weesperplein in Amsterdam. De bank werd tijdens de Duitse bezetting in 1941 opgericht om joods bezit te registreren en vervolgens te roven.

[4] Zie brochure “Stolpersteine in Wassenaar” deel 1, november 2021 (pag. 24 t/m 29).

[5] Ravensbrück was ten tijde van de Tweede Wereldoorlog een concentratiekamp voor vrouwen, in de buurt van Fürstenberg/Havel, vijfentachtig kilometer ten noorden van Berlijn.

Historisch Informatie Punt (HIP)

Iedere laatste zaterdag van de maand (behalve in de zomermaanden) is het Historisch Informatie Punt (HIP) in de Bibliotheek aan de Langstraat geopend. Tussen 11.00 en 16.00 kunt u hier terecht met vragen en opmerkingen over de geschiedenis van Wassenaar.

Doelstelling

Op de bres staan voor de cultuurhistorie van Wassenaar, dat is wat de vereniging wil. Dat doet zij o.a. door het bevorderen van de lokale monumentenzorg, het organiseren van lezingen, cursussen, excursies en tentoonstellingen en het uitgeven van publicaties.

Contact Historische Vereniging Oud Wassenaer

Secretaris M.F.J. Spierings - info@oudwassenaer.nl