Isaac Hartogs (Klein Persijnlaan 31)
Isaac Hartogs
Op 23 november 1888 wordt in Rotterdam Isaac Hartogs geboren. Hij is het tweede kind van David Hartogs (1859-1912) en Henriette van den Bergh (1864-1933). Ruim een jaar eerder is hun eerste kind kort na de geboorte overleden. Het jonge gezin woont aan de Boezemsingel en drie jaar na de geboorte van Isaac worden de ouders verblijd met de komst van hun tweede zoon Max (1891-1958).
Isaac en zijn broer groeien op in de Maasstad en volgen daar het lager onderwijs. Isaac kan goed leren en gaat na de lagere school naar de H.B.S. (Hogere Burgerschool) waar hij al op 17-jarige leeftijd zijn diploma behaalt. De nog jonge student vervolgt zijn studie in Delft waar hij elektrotechniek gaat studeren aan de Technische Hogeschool (nu: TU). Na het afronden van zijn studie mag hij zich ingenieur (ir.) noemen. Naast de vreugde en de voldoening over het behalen van zijn diploma krijgt Isaac al vroeg te maken met tegenslag wanneer in 1912 zijn vader David tijdens een bezoek aan Bad Nauheim[1] op 52-jarige leeftijd overlijdt.

Isaac Hartogs, begin jaren veertig van de vorige eeuw
(foto afkomstig uit: 100 jaar Ing. Bureau Hartogs, Rotterdam 1988).
Het gezin verhuist naar de Badhuisweg in Scheveningen. Na de afronding van zijn studie is Isaac werkzaam bij verschillende bedrijven. Vanuit Duitsland wordt de jonge ingenieur benaderd om een agentschap in elektrotechnische apparaten te starten. Op 1 april 1923 vestigt Isaac op het woonadres in Scheveningen een eenmanszaak onder firma met als officieel ingeschreven bedrijfsactiviteiten: “Handel in electrotechnische apparaten, adviezen”. Zijn moeder steunt hem bij het opzetten van de onderneming en neemt een belang van één aandeel in het bedrijf van haar zoon. De eerst bekend zijnde inschrijving in het handelsregister van de Kamer van Koophandel en Fabrieken voor Rotterdam dateert van 12 februari 1926.

Advertentie Rotterdamsch Nieuwsblad, 16 december 1939 (Delpher).
De start van het jonge bedrijf is moeizaam, de zaken gaan niet echt goed en het bedrijf lijdt verlies. Een nadeel is dat Den Haag niet echt een gunstig klimaat heeft voor industriëlen. De hofstad is meer gericht op ambtenaren en diplomaten. Isaac ziet dat Rotterdam met de groei van de haven en de daarmee gepaard gaande opkomst van de elektrotechnische industrie veel meer kansen en mogelijkheden biedt. De onderneming vestigt zich aan de Heemraadssingel en Isaac gaat wonen in de Utrechtsestraat in Scheveningen. De verhuizing van zijn bedrijf naar zijn geboortestad blijkt een gouden greep te zijn. Het personeelsbestand groeit en vanuit een verliesgevende situatie van fl. 12.000,- per jaar maakt het bedrijf in het eerste half jaar al een winst van fl. 12.000,-.
Eind december 1927 leest Isaac in De Nieuwe Rotterdamsche Courant een bericht dat er in het Brabantse Woensel drie koeien zijn “doodgeslagen” (geëlektrocuteerd) en reageert hij met een ingezonden artikel. Het “doodslaan” van vee doet zich regelmatig voor en is voor de boeren een behoorlijke schadepost. Isaac stelt dat de elektrische leiding niet of niet voldoende geaard is en hij legt uit wat de oorzaak is en biedt een oplossing: “door de aardstroom te voeren over een magneetspoel, welke indien er stroom doorgaat, de installatie geheel uitschakelt”. Het artikel van Isaac wordt door andere regionale kranten overgenomen en gepubliceerd.
In 1929 betrekt de firma een pand aan de Aert van Nesstraat. In datzelfde jaar, in oktober, stort de beurs van New York in met als gevolg een wereldwijde economische recessie die ook merkbaar is in de Rotterdamse haven met veel bedrijven die afhankelijk zijn van de wereldhandel. Isaac echter laat zich niet van de wijs brengen en werkt onverminderd aan het succes van zijn bedrijf.
In 1930 wordt de firma ondergebracht in een Naamloze Vennootschap waarvan Isaac de directeur is. Als commissaris fungeert zijn broer Max Hartogs die na zijn huwelijk in Londen woont en daar werkzaam is voor Unilever.
Begin jaren dertig leert Isaac, die inmiddels woonachtig is aan de Obrechtstraat in Den Haag, zijn toekomstige vrouw kennen: de niet-joodse Margot Anna Kersten, geboren op 17 november 1906 in het Duitse Kassel[2]. In 1925 heeft zij op 18-jarige leeftijd het leven geschonken aan een dochter. Margot komt als huishoudster vanuit Frankfurt am Main naar ons land en woont vanaf 24 september 1932 eveneens in de Haagse Obrechtstraat. Drie jaar later worden Isaac en Margot uitgeschreven naar Wassenaar en betrekken een woning aan de Groot Hoefijzerlaan.
In 1933 overlijdt de moeder van Is”ac e’ Max. Het is het jaar dat de N.S.D.A.P.[3] van Adolf Hitler aan de macht komt. De leefomstandigheden van Joodse burgers in Duitsland worden geleidelijk aan steeds slechter. Velen vluchten naar het veilig geachte Nederland. Isaac en zijn familie zullen zich zeker zorgen hebben gemaakt over de ontwikkelingen bij onze oosterburen. Zakelijk gezien floreert het bedrijf van Isaac, er wordt dat jaar een omzet gehaald van fl. 150.000,-. Vanwege het dreigende oorlogsgevaar met mogelijk grote gevolgen voor een havenstad als Rotterdam, opent Isaac een filiaal in de hoofdstad. Hier worden o.a. producten die qua ontwikkeling nog niet geschikt zijn voor de Nederlandse markt aangepast. Ook wordt er schakelmateriaal gefabriceerd. Tot de klantenkring van Isaac behoren o.a. Philips en verschillende staatsbedrijven.
Twee jaar later, op 15 september 1935, voeren de nazi’s de zgn. Neurenberger Rassenwetten[4] in. Deze racistische wetten zijn gericht tegen Joden in Duitsland, waardoor zij minder rechten krijgen dan andere Duitsers. In de wetten is vastgelegd wie Joods is en wie niet. Dit gaat op basis van afstamming. Als je drie of vier Joodse grootouders hebt, word je gezien als Joods. Joden gelden niet langer als staatsburgers en kunnen daarom geen aanspraak maken op bepaalde burgerrechten, mogen niet meer stemmen en kunnen niet voor de overheid werken. Een ander onderdeel is de “Wet ter bescherming van het Duitse bloed en de Duitse eer”. Deze wet verbiedt huwelijken tussen Joden en Duitsers. Daarnaast mogen Joden geen vrouw van vijfenveertig jaar en jonger in dienst nemen in hun huishouden. Ongetwijfeld zullen Isaac en Margot een afweging hebben gemaakt of het wel verstandig is om in Nederland in het huwelijk te treden. Immers, Isaac is van Joodse afkomst en Margot staat te boek als een Duitse huishoudster. Mogelijk is dit de reden dat zij voor hun huwelijk uitwijken naar het Verenigd Koninkrijk. Daar worden op 31 mei 1938 in het Engelse Marylebone Isaac en Margot in de echt verbonden. Acht dagen later wordt het huwelijk ingeschreven in de gemeentelijke administratie van Wassenaar. In datzelfde jaar treedt Isaac met zijn financiële deskundigheid toe tot de Bond van Belastingconsulenten en maakt daar deel uit van de Raad van Toezicht. Voor alles is hij de directeur van een goed lopend bedrijf. Halverwege december 1939 adverteert het bedrijf in het Rotterdamsch Nieuwsblad waarin gevraagd wordt om medewerkers voor in de werkplaats.
Met de Duitse inval in Polen op 1 september 1939 is de Tweede Wereldoorlog een feit. Een paar dagen eerder is ons land gemobiliseerd. Veel landgenoten en Joodse vluchtelingen hopen dat ook deze keer Nederland neutraal zal blijven. Die hoop blijkt ijdel wanneer in de vroege ochtend van 10 mei 1940 de nazi’s ons land overvallen. Er wordt hevig gevochten, maar de overmacht is te groot. Wanneer de Duitsers op 14 mei de oude binnenstad van Rotterdam bombarderen is het pleit beslecht, geeft Nederland zich over en begint de bezetting. Het bombardement treft ook het bedrijf van Isaac. De voorraden en de bedrijfsadministratie gaan verloren. Een dag later volgt de capitulatie, het begin van de bezetting. Kort hierna worden de eerste anti-Joodse maatregelen ingevoerd.
Een maand eerder zijn Isaac en zijn vrouw verhuisd naar de Klein Persijnlaan 31 in Wassenaar. De huur van het huis waar nu ook het bedrijf is ondergebracht, bedraagt fl. 750,- per jaar. Korte tijd later wordt het bedrijf ingeschreven op de Rijksstraatweg 779. Als bedrijfsactiviteit wordt vermeld: “Engros en handel in- en het doen fabriceren van electrotechnische en physische apparaten”.

Aankondiging liquidatie N.V. Ir. I. Hartogs, Algemeen Handelsblad, 14 september 1942 (Delpher).
Op 10 januari 1941 volgt “de aanmeldingsplicht van personen van geheel of gedeeltelijk Joodschen bloede”. Isaac laat zich registreren op 19 februari in het gemeentehuis De Paauw. Eind augustus van dat jaar wordt het bedrijf van Isaac hem ontnomen. Er wordt een bewindvoerder aangesteld om het Joodse bedrijf te liquideren. Korte tijd later wordt het bedrijf opgeheven en daarmee komt een eind aan de zakelijke activiteiten.

Kaart Joodsche Raad van Isaac Hartogs met daarop de vermelding van het “Kattenburg” transport (Arolsen Archives).
Begin mei 1942 moeten Joden een zichtbare ster op hun kleding dragen en aan het eind van die maand worden de registratielijsten in vijfvoud opgestuurd aan “die Zentralstelle für Jüdische Auswanderung” in Amsterdam. Op grond van deze lijsten krijgen in de zomer van 1942 Joodse Wassenaarders bezoek van de “Hausraterfassungsstelle”[5]. Mogelijk is dit voor Isaac en Margot de reden geweest om een deel van hun meubilair in veiligheid te brengen. In eerste instantie loopt Isaac vanwege zijn gemengde huwelijk geen gevaar, maar uiteindelijk gaat het toch mis. Op 11 november wordt het echtpaar door de SD[6] gearresteerd. Het vermoeden bestaat dat Isaac actief is in het verzet, maar waarschijnlijker is de reden van arrestatie het verbergen van hun (eigen) meubilair. Kort na haar arrestatie wordt Margot weer vrijgelaten. Isaac wordt ingesloten in Het Oranjehotel in Scheveningen en vandaar overgebracht naar Westerbork. Daar verblijft hij maar kort, want op 30 november wordt hij gedeporteerd naar Auschwitz. Transport 39 vanuit Westerbork is het zgn. “Kattenburg”-transport. In de twaalf wagons met 826 gedeporteerden bevinden zich o.a. 367 Joodse medewerkers van de Amsterdamse confectiefabriek “Hollandia-Kattenburg”. In Cosel[7] moeten 170 personen de trein verlaten om te werk te worden gesteld in één van de omliggende werkkampen. Isaac Hartogs, blijkbaar te oud voor werk, mag de trein niet verlaten. Direct na aankomst in het vernietigingskamp op 2 december 1942 wordt hij vermoord. Isaac is dan 54 jaar oud.

Voormalig perron Auschwitz-Birkenau (foto Ton Beijersbergen).
Margot, haar dochter en haar zwager Max overleven de oorlog. Op 15 oktober 1945 wordt bepaald dat de inschrijving van de opheffing van het bedrijf op 13 maart 1942 door de toenmalige bewindvoerder wordt “geacht nimmer van kracht geweest te zijn”. Als nieuwe bewindvoerster wordt benoemd “de echtgenote van Ir. I. Hartogs, Margot Anna Kersten, inwonende te Oranjelaan 8 te Wassenaar”. In 1946 herstart zij op de Rijksstraatweg 779 de bedrijfsactiviteiten. In de loop van de tijd werken er 13 personeelsleden. Max Hartogs is er nog steeds commissaris. In 1951 besluit Margot om het bedrijf te verkopen en wordt het onderdeel van Batenburg N.V. Installatiebedrijf. Margot blijft nog lange tijd betrokken bij het bedrijf als aandeelhoudster.

Advertentie Democratisch Socialistisch Dagblad, 5 juli 1956 (Delpher).
Max Hartogs overlijdt in 1958 na een noodlottig ongeval.
In 1962 verhuist Margot naar de Clematislaan 45 waar haar kleinzoon Michael soms voor kortere of langere tijd bij haar inwoont. Margot overlijdt op 1 april 2002.

Klein Persijnlaan 31 (foto Mariëtte van Lit-Pieterse).
Ter nagedachtenis aan
Isaac Hartogs
ligt er op dit adres een struikelsteen.

Foto Patrick Kop
©Ton Beijersbergen
Werkgroep Struikelstenen Wassenaar
https://www.oudwassenaer.nl/2e-wereldoorlog/struikelstenen
[1] Bad Nauheim is een plaats in de Duitse deelstaat Hessen en ligt 28 km ten noorden van Frankfurt am Main. De plaats ontwikkelt zich in de tweede helft van de 19e eeuw tot een prominent kuuroord.
[2] Kassel is een stad gelegen in het noorden van de deelstaat Hessen en ligt aan de Fulda.
[3] Nationaal Socialistische Duitse Arbeiders Partij.
[4] In maart 1942 worden de Neurenberger Rassenwetten ook in Nederland van toepassing. Het huwelijk en geslachtsverkeer tussen Joden en niet-Joden is voortaan verboden.
[5] Deze organisatie richt zich op het in kaart brengen van alle roerende goederen die Joden achter moeten laten bij hun gedwongen verhuizing of deportatie.
[6] Sicherheitsdienst.
[7] Een klein stadje in Duits Silezië (Polen) ongeveer 80 km ten westen van Auschwitz.