Henk Hartog
Hendrik Marinus Hartog wordt geboren op 18 november 1915 in Nijmegen en krijgt als roepnaam Henk. Zijn ouders zijn Arnold Hartog (1880-1966) en Selma Sara Rebecca Elias (1890-1977). Henk is de benjamin van het gezin en heeft twee oudere broers: Joseph (Jo) Philip (1911) en Floris Philip (1912). De vader van Henk is één van de vier broers Hartog die eigenaar zijn van de margarine fabriek Hartog in Oss. In 1928 fuseert het bedrijf met Jurgens en van den Bergh en later met het Lever Sunlight Concern dat wij tegenwoordig kennen als Unilever (1930).
Henk groeit op in Nijmegen, bezoekt er de Nutsschool en de Handelsschool. Hij is vijftien jaar wanneer hij in 1930 zijn schoolloopbaan vervolgt op een Zwitsers jongensinternaat. In deze periode verhuizen zijn ouders naar Wassenaar en gaan wonen aan de Groot Haesebroekseweg. Het is vijf jaar later als Henk een tekenopleiding start aan de Academie van Beeldende Kunsten in Den Haag. Na het beëindigen van deze studie gaat hij naar de befaamde Reimann School in Londen. Tussentijds krijgt Henk lessen en raad van de Wassenaarse kunstenaar Paul Citroen. De samenwerking tussen beiden groeit uit tot een hechte vriendschap.

Zelfportret Henk Hartog, 1941. Ets en pentekening met de hand gekleurd
(fotocollectie Rijksmuseum).
Aanvankelijk wil Henk gaan werken in de reclame- en publiciteitssector. Hij werkt korte tijd op de reclameafdeling van Unilever in Rotterdam. Hier is ook zijn opleiding op gericht, maar gaandeweg verlegt hij zijn belangstelling naar het ontwerpen en het typografisch tekenen om zich vervolgens te oriënteren op het vrije tekenen.
Inmiddels is de situatie in Europa zowel economisch als politiek drastisch aan het veranderen. Op 24 oktober 1929 is de beurs van New York ingestort met wereldwijde gevolgen. Het zorgt er o.a. voor dat de N.S.D.A.P.[1] van Hitler de wind in de zeilen krijgt en in 1933 aan de macht komt. Wellicht hebben beide factoren een rol gespeeld bij het besluit van de Joodse Arnold Hartog om zijn aandelen te verkopen aan Jurgens en te emigreren naar de Verenigde Staten. Hun inmiddels getrouwde zoon Floris volgt het voorbeeld van zijn ouders.
In 1938 trouwt Henk in Den Haag met Elisabeth (Elly) Gerardina Messchaert (1916). Na hun huwelijk vestigt het jonge echtpaar zich eveneens in Amerika. Henk wil eigenlijk een studie beginnen aan de Bauhaus School in Chicago, maar vertrekt naar de Westkust waar hij Los Angeles en San Francisco bezoekt. In de eerste stad gaat hij naar een school verbonden aan de studio’s van Disney. Het korte verblijf in de V.S. is van grote invloed geweest op zijn werk. Vooral het landschap treft hem en vormt een bron van inspiratie voor zijn latere werk.

Het gezin Hartog tijdens een bezoek aan Wiesbaden, 1930. v.l.n r. Jo, Henk, zijn ouders Arnold
en Selma, en Floris (foto Jim Hartog).
Helaas strandt zijn huwelijk al vrij snel en Henk trekt tijdelijk in bij zijn ouders in New York. Vlak voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog (1939) bezoekt Henk met hen zijn pasgetrouwde broer Jo in Portugal. Henk geeft aan dat hij terugverlangt naar Nederland. Hij mist “de Hollandse luchten, altijd veranderend, steeds verrassend en de ruimheid van het landschap”.
Terug in ons land trekt hij in bij zijn broer Jo aan de Duinvoetlaan. In het adresboek van 1941 staat hij vermeld als reclame ontwerper. In deze periode is Henk erg productief en maakt veel tekeningen waarvan hij de inspiratie opdeed in de V.S. en Portugal. Ook maakt hij een aantal zelfportretten waarvan er één in het Rijksmuseum komt te hangen. Dit feit zegt veel over de kwaliteit van Henk als kunstenaar.

Henk Hartog, Malieveld, Den Haag, 1940 (foto’s Jim Hartog) Henk Hartog, Los Angeles, 1941.
Donkere wolken pakken zich ook boven Nederland samen wanneer de Duitse bezetting een feit is en het voor joodse landgenoten steeds moeilijker wordt gemaakt. De ene anti-Joodse maatregel volgt op de andere. Via een kennis is Henk in contact gekomen met de broers Rob en Jaap Rosen Jacobson. Zij wonen een paar straten verder aan de Nassaulaan en delen hetzelfde verlangen als Henk om te vluchten naar het veilige Zwitserland.

Henk Hartog, Het Binnenhof, Den Haag, 1940 (foto’s Jim Hartog). Henk Hartog, San Francisco, 1941.Afwegingen en plannen worden gemaakt.
Wanneer de moeder van Rob en Jaap, Judith Rosen Jacobson – Ferares, op 1 juli 1942 in haar huis wordt gearresteerd en gevangen wordt gezet, is dat het moment waarop hun poging om te vluchten concreet gestalte krijgt. Een kleine week later, op 7 juli, vertrekken zij per spoor uit Den Haag. Een contactpersoon zal ze naar hun eerste adres in Bergen op Zoom brengen. Om niet op te vallen reist het gezelschap niet met elkaar, maar steeds op geruime afstand. Hun enige bagage is een aktentas met daarin het hoognodige. Na aankomst in de Brabantse stad krijgen zij te horen dat men via de Nederlandse consul in Zwitserland niet meer aan de vereiste inreispapieren kan komen. Het reisdoel moet worden aangepast en de drie mannen op de vlucht zullen nu proberen om het onbezette deel van Frankrijk te bereiken. De volgende dag reizen zij verder, passeren te voet de grens met België, en bereiken zo Antwerpen. Twee dagen duurt hun oponthoud in de Scheldestad waar zij vrij ongedwongen kunnen vertoeven. Op een terras eten ze gebakken aardappels en vlees (zonder bon) en ’s avonds bezoeken ze een bioscoop. Op 11 juli vervolgen zij hun reis met de trein via Brussel naar Parijs. Daar komen zij later die dag aan op het Gare du Nord. De gids die hen vergezelt reist 2e klas, de drie mannen moeten het doen met de 3e klas. Vanwege de Franse nationale feestdag op 14 juli zijn de treinen rond die tijd overvol en pas op 16 juli kan de reis onder begeleiding van een passeur[2] worden voortgezet.
In alle vroegte vertrekken ze wederom per trein en zullen een overstap maken op een trein richting Tours. In het plaatsje Gièvres-sur-Cher verlaten zij en de passeur de trein om vandaar te proberen om de demarcatielijn[3] over te steken. In dat kleine, slaperige plaatsje trekt het viertal blijkbaar de aandacht. De gids voorop, gevolgd door de drie mannen met hoed, jas en aktentas. Wanneer zij op een pad lopen langs een kanaal worden zij staande gehouden door een Duitse douanier die naar hun papieren vraagt. Negen dagen na hun vertrek uit Wassenaar worden Henk, Rob en Jaap gearresteerd en via de Ortskommandatur per spoor overgebracht naar de gevangenis in het verderop gelegen Romorantin. Henk belandt er in cel nr. 7. Later, na het opmaken van de processen-verbaal, wordt het drietal ondergebracht in één cel. De arrestanten worden goed verzorgd, krijgen goed te eten en kunnen op de binnenplaats genieten van de zon. Henk tekent op blocnotevelletjes de figuren en cijfers van het kaartspel en zo kunnen ze de tijd verdrijven met kaarten. Steeds echter is er op de achtergrond de angst om op transport te worden gesteld naar Duitsland of Polen.

Zelfportret Henk Hartog, 1941 (foto Jim Hartog).
Aan deze relatief rustige periode komt op 5 augustus een einde wanneer de gevangenen hun bezittingen terugkrijgen en horen dat zij nog diezelfde dag zullen worden overgebracht naar Orléans. Na een busreis worden zij ingesloten in een gebouw van de SS en de SD. De officiële beschuldiging luidt nu, dat zij geprobeerd hebben om op illegale wijze de demarcatielijn te overschrijden. Zij zullen samen met anderen worden overgebracht naar een kamp bij Pithiviers even ten zuiden van Parijs, om vervolgens van daaruit naar Polen te worden gedeporteerd.
Diezelfde dag, even na vieren, vertrekken de gevangenen per trein richting Metz. Het gezelschap reist in gereserveerde coupés en Rob en Jaap overwegen om wanneer de gelegenheid zich voordoet uit de trein te springen. Henk op zijn beurt voelt daar echter niet voor. Ongeveer een half uur na vertrek springt eerst Jaap en dan Rob uit de rijdende trein en zullen uiteindelijk, onafhankelijk van elkaar, het vrije Engeland bereiken.
Henk komt later die dag aan in het doorgangskamp Pithiviers om vandaaruit te worden overgebracht naar Drancy, een internerings- en doorgangskamp ten noorden van Parijs.
Op 26 augustus 1942 verlaat konvooi nummer 24 dit kamp met als eindbestemming Auschwitz. Onder de gedeporteerden bevindt zich in wagon nr. 7 Henk Hartog.
Een getuige weet na de oorlog aan de familie te vertellen dat hij Henk nog heeft gezien in een fabriek in één van de buitenkampen van Auschwitz. Ongeveer negen maanden na zijn vlucht uit Nederland komt aan het leven van Henk op 30 april 1943 een einde; hij is dan nog geen 28 jaar oud.
Na de oorlog ontmoet Floris (de broer van Henk) Lijs, zij is een dochter van Judith Rosen Jacobson-Ferares en tevens één van de twee zussen van Rob en Jaap Rosen Jacobson. In 1947 trouwen zij.
In 1947 verschijnt er een herdenkingsboek samengesteld door Paul Citroen met als titel: De tekenaar Henk Hartog 1915-1942.
De naam van Henk Hartog komt ook voor op het herinneringsmonument in Parijs: “le Mur des Noms”.

Duinvoetlaan 9 (foto: Mariëtte van Lit-Pieterse).
De struikelsteen op de Duinvoetlaan
is een blijvende herinnering aan
Henk Hartog.

Foto Patrick Kop
©Ton Beijersbergen
Werkgroep Struikelstenen Wassenaar
https://www.oudwassenaer.nl/2e-wereldoorlog/struikelstenen
[1] Nationaal Socialistische Duitse Arbeiders Partij.
[2] Een gids die tegen betaling mensen over een grens smokkelt.
[3] De demarcatielijn in Frankrijk was de grens tussen het deel van Frankrijk, dat door de Duitsers tijdens de eerste jaren van de Tweede Wereldoorlog bezet werd en de nog niet bezette vrije zone, het zgn. Vichy-Frankrijk. Op 11 november 1942 werd ook dit gedeelte van Frankrijk door de Duitsers bezet.