Oud Wassenaer

  • Home
  • Vereniging
    • Wie zijn we en wat doen we
    • Bestuur, commissies, werkgroepen
    • Statuten
    • Huishoudelijk reglement
    • Lid worden
    • Contact
    • Beleidsplan
    • Jaarverslagen
    • Ledenvergadering
    • Privacyverklaring
  • Nieuws
    • Nieuwsberichten
    • Nieuwsarchief
  • Activiteiten
    • Open Monumentendag
    • Cursussen
    • Cursusarchief
    • Excursies
    • Lezingen
    • Monumentenborden
    • Schenkingen
    • Tentoonstellingen
    • Bibliotheek
  • Publicaties
    • Publicaties
    • Capita Selecta
  • Actueel Verleden
  • 2e Wereldoorlog
    • Namenlijst Wassenaarse slachtoffers 2e Wereldoorlog
    • Struikelstenen
    • Verhalen
    • Herdenkingen
    • 80 jaar vrijheid
    • Diverse onderwepen
  • Links
  • Contact
  • Zoek

Oud Wassenaer

  • Home
  • Vereniging
    • Wie zijn we en wat doen we
    • Bestuur, commissies, werkgroepen
    • Statuten
    • Huishoudelijk reglement
    • Lid worden
    • Contact
    • Beleidsplan
    • Jaarverslagen
    • Ledenvergadering
    • Privacyverklaring
  • Nieuws
    • Nieuwsberichten
    • Nieuwsarchief
  • Activiteiten
    • Open Monumentendag
    • Cursussen
    • Cursusarchief
    • Excursies
    • Lezingen
    • Monumentenborden
    • Schenkingen
    • Tentoonstellingen
    • Bibliotheek
  • Publicaties
    • Publicaties
    • Capita Selecta
  • Actueel Verleden
  • 2e Wereldoorlog
    • Namenlijst Wassenaarse slachtoffers 2e Wereldoorlog
    • Struikelstenen
    • Verhalen
    • Herdenkingen
    • 80 jaar vrijheid
    • Diverse onderwepen
  • Links
  • Contact
  • Zoek

Erik John Frank (Bloemcamplaan 6)

Erik John Frank wordt geboren op 11 april 1921 in Rotterdam. Erik is het eerste en enige kind van Arnold (Abraham) Frank (1889-1960) en Sophia van Geldere (1897-1928). Vier jaar eerder zijn Arnold en Sophia in het Zuid-Hollandse Rijswijk getrouwd.

Arnold is afkomstig uit een vooraanstaande Joodse familie. Bovendien is hij erg sportief en lid van de Rotterdamse Zwemclub (RZC). Hij staat bekend als korte afstandszwemmer en achterhoedespeler van het waterpoloteam van RZC. Arnold is werkzaam in de houthandel en doet praktijkervaring op in Zweden. Aangenomen wordt dat hij daar Zweeds heeft leren spreken wat hem later van pas komt bij zijn handelscontacten in Finland. In 1910 keert hij terug naar de Maasstad om vervolgens als procuratiehouder in dienst te treden bij een Rotterdams bedrijf dat zich bezighoudt met de handel in hout en houtproducten. Twee jaar na de geboorte van Erik treedt Arnold in 1923 toe tot het bestuur van de in dat jaar opgerichte Finsch-Nederlandse Vereniging. In eerste instantie is Arnold secretaris, later wordt hij er penningmeester.

In de aanloop naar de Olympische Spelen van 1928 in Amsterdam wordt de vader van Erik benoemd tot attaché van Finland. Zijn handelscontacten met Finland en zijn prestaties op het sportieve vlak zullen hier een rol bij hebben gespeeld. Kort voor de opening van de Spelen neemt het leven voor Arnold en Erik een dramatische wending wanneer op 11 juni de echtgenote van Arnold en de moeder van Erik komt te overlijden. Erik is dan pas zeven jaar oud. We weten niet hoe vader en zoon de verdrietige tijd na het overlijden van Sophia hebben doorstaan. Het is mogelijk dat Arnold zijn werkzaamheden als attaché heeft voortgezet en dat hij met zijn zoon Erik aanwezig is geweest bij verschillende onderdelen van de Olympiade in de hoofdstad.

Begin 1931 lacht het geluk Arnold en Erik weer toe wanneer Arnold in het huwelijk treedt met de niet-Joodse Gerbrig Hielkema (1904), afkomstig uit het Friese Sneek. Erik groeit op in de havenstad waar hij met zijn vader en stiefmoeder woonachtig is op de Mathenesserlaan 374. Onbekend is welke opleiding Erik volgt na zijn periode op de lagere school. Uit archieven blijkt dat hij werkzaam is als winkel- en kantoorbediende, maar ook te boek staat als secretaris op het Fins consulaat[1]. Mogelijk heeft hij deze baan mede te danken aan de goede contacten die zijn vader als handelsattaché heeft opgebouwd.

Frank 21

 Ansichtkaart 1941. Rechts de Wittenburgerweg.
Links de Bloemcamplaan met in het tweede blok de twee-onder-een-kap woning van nummer 6
(foto Gemeentearchief Wassenaar).

In het gezin Frank zullen de ontwikkelingen in Duitsland vanaf 1933 met gemengde gevoelens gevolgd zijn. In 1938 verhuist de familie naar Wassenaar en gaat wonen aan de Bloemcamplaan 6. Het verblijf daar is echter van korte duur, want na vier maanden volgt een tweede verhuizing, nu naar Krimpen a/d Lek om vervolgens eind maart 1939 terug te keren naar het vorige adres aan de Bloemcamplaan. Vijf maanden later gebeurt dan toch waar menigeen bang voor is, het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog. Velen in ons land hopen dat wij, net als in de Eerste Wereldoorlog, neutraal zullen blijven. Die hoop vervliegt wanneer in de vroege ochtend van 10 mei 1940 de Duitsers ons land binnenvallen. Vier dagen later bombardeert de Luftwaffe de Rotterdamse binnenstad en geeft het Nederlandse leger zich over. Een dag eerder is Koningin Wilhelmina op advies van de opperbevelhebber van de Nederlandse strijdkrachten, generaal Winkelman, uitgeweken naar Londen. Dit laatste heeft dramatische gevolgen voor het gezin van Joel Schaap (1899-1940). Joel is getrouwd met Helena van Geldere (1899-1940), de zus van de moeder van Erik. Het echtpaar heeft twee kinderen, Max Rudolf (1929-1940) en Hennie Rosa (1932-1940). In de nacht van 13 op 14 mei maakt Joel, samen met zijn vrouw Helena en hun twee kinderen in hun Haagse woning een eind aan hun leven. Het politierapport van die dag vermeldt onder andere: “Schaap had tegen zijn personeel meerdere malen gezegd, dat wanneer de Koningin de Residentie verliet in verband met oorlogsgevaar, hij er een eind aan zou maken.” Ongetwijfeld zal het bericht van de vlucht in de dood van zijn oom, tante, neefje en nichtje de negentienjarige Erik erg hebben aangegrepen.

Frank 22

Kaart Joodsche Raad van Erik John Frank (Arolsen Archives).

 In de eerste maanden na de capitulatie pakken de meeste Nederlanders de draad van het gewone leven weer op. Duitse soldaten laten zich van hun goede kant zien en proberen zo de sympathie van het Nederlandse volk te winnen. Veel landgenoten denken dat de Duitse bezetting misschien wel mee zal vallen. Schijn bedriegt, want niets is minder waar. Al gauw laat de bezetter zijn ware gezicht zien en worden de eerste anti-Joodse maatregelen van kracht. Begin 1941 moeten alle Joden “van geheel of gedeeltelijk Joodschen bloede” zich laten registreren. Erik doet dit samen met zijn vader op 20 februari 1941 op het Wassenaarse gemeentehuis. Hoe het gezin Frank de eerste oorlogsjaren doorkomt is niet bekend. De stiefmoeder van Erik, Gerbrig, is niet Joods en loopt geen gevaar. Arnold en Erik echter wel. De laatste is volgens het politierapport van eind april 1943 in het bezit van een vrijstelling voor deportatie. Waarschijnlijk heeft dit te maken met zijn diplomatieke werkzaamheden op het Finse consulaat. Toch biedt de vrijstelling geen zekerheid, want in december van dat jaar gaat het toch mis. Volgens zijn registratiekaart uit de cartotheek van de Joodse Raad wordt Erik op 17 december 1943 in Westerbork binnengebracht en geplaatst in de strafbarak 67[2]. Het is niet bekend welk vergrijp Erik jegens de bezetter zou hebben begaan.

Op vrijdag 25 februari 1944 wordt hij met een zogenaamd straftransport gedeporteerd naar Theresienstadt[3]. Het transport van die dag bestaat uit 811 gedeporteerden, verdeeld over 11 wagons. Onder hen 130 kinderen.

De nazi’s willen de buitenwereld doen geloven dat de gevangenen in Theresienstadt goed behandeld worden. Zo worden in juli 1944 inspecteurs van het Internationale Rode Kruis tijdens een bezoek aan het doorgangskamp om de tuin geleid. Ze worden rondgeleid in een ogenschijnlijk normale woonplaats, voor de gelegenheid opgepoetst en schoongemaakt. De delegatie wandelt langs speciaal aangelegde parken en speeltuinen, winkels, cafés en andere uitgaansgelegenheden. Het Rode Kruis rapporteert tevreden dat de opvang van Joden in Theresienstadt goed geregeld is. Enkele weken na het bezoek van het Rode Kruis laten de nazi’s een propagandafilm maken over het dagelijks leven in het kamp met als titel “Theresienstadt: Ein Documentarfilm aus dem jüdischen Siedlungsgebiet.”[4] In deze propagandafilm worden Joodse gevangenen als acteurs ingezet en moeten doen voorkomen dat ze in Theresienstadt leven alsof het een gewone stad betreft met winkelende, sportende mensen en spelende kinderen. De documentaire krijgt als ondertitel mee: “Der Führer schenkt den Juden eine Stadt.”[5] De start van de opnames is op 1 september 1944 en gedurende elf dagen wordt er gefilmd. Na de voltooiing van de film gaan de meeste gevangenen die aan opnames hebben meegewerkt op transport naar Auschwitz.

Of Erik als acteur heeft moeten figureren in de film zullen we misschien nooit weten. Feit is dat hij en anderen kort na de opnames op 28 september 1944 worden doorgestuurd naar Auschwitz. Na aankomst in het beruchte vernietigingskamp vindt op het perron de gebruikelijke selectie plaats. Gezien zijn jonge leeftijd van 22 jaar wordt Erik geselecteerd voor tewerkstelling. Het verblijf in deze hel op aarde is van korte duur, want op 10 oktober volgt voor Erik een derde transport met ditmaal Dachau als bestemming. Daar vermeldt een administrateur op zijn registratiekaart “Dolmetscher” (tolk). Met zijn achtergrond als secretaris op het Finse consulaat lijkt het aannemelijk dat de nazi’s hem hebben ingezet als tolk.

Frank 23

Registratiekaart Erik John Frank, Dachau 1944 (Arolsen Archives).

Volgens zijn overlijdensakte (Sterbeurkunde) van 13 oktober 1949, opgemaakt in Standesamt Dachau, is Erik John Frank daar op 3 maart 1945 overleden. De ongehuwde Erik is dan pas 23 jaar.

Frank 24

Overlijdensakte Erik John Frank, Dachau 1949 (Arolsen Archives).

Arnold Frank en zijn vrouw Gerbrig overleven de oorlog. Op 25 juni 1946 ontvangt Arnold het bericht van de het Nederlandse Rode Kruis over de dood van zijn zoon Erik.

Frank 25

Hoofdingang voormalig concentratiekamp Dachau (foto Wikimedia Commons)

In de jaren na de oorlog stelt de Oorlogsgravenstichting pogingen in het werk om de overledenen die in Dachau begraven zijn te identificeren en men zoekt contact met nabestaanden. Ook met Arnold wordt contact gezocht. In een brief van 22 juni 1959 antwoordt hij aan de Oorlogsgravenstichting met onder andere deze woorden: “Hoewel ik de moeite, die U zich getroosten wil om het stoffelijk overschot van wijlen mijn geliefde zoon Erik te identificeren, op zeer hoge prijs stel, moet ik U na rijp beraad mededelen, dat, waar het reeds zo lang geleden is, dat mijn zoon is overleden, ik liever zou zien, dat het stoffelijk overschot zal blijven rusten in het graf waar dit oorspronkelijk ter aarde is besteld.”

 Frank 26

  Foto: Mariëtte van Lit-Pieterse

 Bloemcamplaan 6

  

Voor Erik John Frank

ligt er als blijvende

herinnering een struikelsteen

op dit adres.

 Frank 27

Foto Patrick Kop

 

 

 

©Ton Beijersbergen

Werkgroep Struikelstenen Wassenaar

https://www.oudwassenaer.nl/2e-wereldoorlog/struikelstenen

 

[1] Tijdens de periode 1930-1940 bevindt het Finse consulaat zich in Den Haag en is verantwoordelijk voor de bescherming van Finse belangen en onderdanen in Nederland, inclusief burgerzaken, handel en consulaire diensten zoals visumaanvragen.

 

[2] De strafbarakken van Kamp Westerbork zijn een drietal barakken (nummer 65, 66 en 67) in het doorgangskamp met een zwaarder regime. Bewoners van deze barakken zijn veelal opgepakte onderduikers. Ze krijgen minder te eten en moeten dwangarbeid verrichten. Daarnaast hebben hier ondergebrachte geïnterneerden een grotere kans om op het eerstvolgende transport gezet te worden. Anne Frank en haar familie worden als opgepakte onderduikers ook ondergebracht in strafbarak 67.

[3] Theresienstadt (Duits) of Terezín (Tsjechisch) is in de Tweede Wereldoorlog een tot getto veranderde Tsjechische vestingstad. Theresienstadt is onder meer een doorgangskamp voor Joden die naar Auschwitz of andere vernietigingskampen worden gestuurd.

[4] “Theresienstadt: Een documentaire uit het vestigingsgebied van de Joden.”

[5] “De Führer schenkt de Joden een stad.”

Historisch Informatie Punt (HIP)

Iedere laatste zaterdag van de maand (behalve in de zomermaanden) is het Historisch Informatie Punt (HIP) in de Bibliotheek aan de Langstraat geopend. Tussen 11.00 en 16.00 kunt u hier terecht met vragen en opmerkingen over de geschiedenis van Wassenaar.

Doelstelling

Op de bres staan voor de cultuurhistorie van Wassenaar, dat is wat de vereniging wil. Dat doet zij o.a. door het bevorderen van de lokale monumentenzorg, het organiseren van lezingen, cursussen, excursies en tentoonstellingen en het uitgeven van publicaties.

Contact Historische Vereniging Oud Wassenaer

Secretaris M.F.J. Spierings - info@oudwassenaer.nl