Oud Wassenaer

  • Home
  • Vereniging
    • Wie zijn we en wat doen we
    • Bestuur, commissies, werkgroepen
    • Statuten
    • Huishoudelijk reglement
    • Lid worden
    • Contact
    • Beleidsplan
    • Jaarverslagen
    • Ledenvergadering
    • Privacyverklaring
  • Nieuws
    • Nieuwsberichten
    • Nieuwsarchief
  • Activiteiten
    • Open Monumentendag
    • Cursussen
    • Cursusarchief
    • Excursies
    • Lezingen
    • Monumentenborden
    • Schenkingen
    • Tentoonstellingen
    • Bibliotheek
  • Publicaties
    • Publicaties
    • Capita Selecta
  • Actueel Verleden
  • 2e Wereldoorlog
    • Namenlijst Wassenaarse slachtoffers 2e Wereldoorlog
    • Struikelstenen
    • Verhalen
    • Herdenkingen
    • 80 jaar vrijheid
    • Diverse onderwepen
  • Links
  • Contact
  • Zoek

Oud Wassenaer

  • Home
  • Vereniging
    • Wie zijn we en wat doen we
    • Bestuur, commissies, werkgroepen
    • Statuten
    • Huishoudelijk reglement
    • Lid worden
    • Contact
    • Beleidsplan
    • Jaarverslagen
    • Ledenvergadering
    • Privacyverklaring
  • Nieuws
    • Nieuwsberichten
    • Nieuwsarchief
  • Activiteiten
    • Open Monumentendag
    • Cursussen
    • Cursusarchief
    • Excursies
    • Lezingen
    • Monumentenborden
    • Schenkingen
    • Tentoonstellingen
    • Bibliotheek
  • Publicaties
    • Publicaties
    • Capita Selecta
  • Actueel Verleden
  • 2e Wereldoorlog
    • Namenlijst Wassenaarse slachtoffers 2e Wereldoorlog
    • Struikelstenen
    • Verhalen
    • Herdenkingen
    • 80 jaar vrijheid
    • Diverse onderwepen
  • Links
  • Contact
  • Zoek

John van den Bergh en Rudolphine van den Bergh-Jessel (Raadhuislaan 11)

John van den Bergh

Rudolphine van den Bergh-Jessel

Isidore van den Bergh wordt geboren op 12 maart 1885 in Oss. Hij is het eerste kind van Arnoldus Isaak (Arnold) van den Bergh (1857 – 1923) en Auguste Soberski (1863 – 1950).

Arnold is oprichter en directeur van een houtemballagefabriek in Geffen. De fabriek produceert o.a. vaten en kisten voor de Van den Bergh Margarinefabriek. Door de groeiende vraag naar verpakkingsmateriaal wordt de fabriek in eerste instantie verplaatst naar Oss. Later, wanneer de margarinefabriek zich vestigt in Rotterdam, verhuist ook de fabriek van Arnold naar de Maasstad. Vanaf dat moment heet het margarinebedrijf Van den Bergh en Jurgens. Tegenwoordig kennen wij het als Unilever.

John 01

Op 11 juli 1895 werd door John van den Bergh de eerste steen gelegd voor het
bedrijfspand aan de Nassauhaven in Rotterdam (foto Evert van den Bergh).

Drie jaar na de geboorte van Isidore wordt er in het gezin een dochter en zusje geboren. Zij krijgt de naam Celestine Anna van den Bergh (1888 – 1945). Op 4 januari 1911 trouwt Isidore met Rudolfine Mathilde (Tilly) Jessel (1890 – 1942), geboren in het Duitse Weilburg. Het echtpaar woont inmiddels in Rotterdam aan de Heemraadssingel wanneer op 16 november 1911 hun zoon Arnold John (1911 -1969) wordt geboren. Vijf jaar later wordt in maart van dat jaar het zusje van Arnold John geboren, Alice Pauline (1916 – 2011).

John 02

Alice en Arnold John van den Bergh, begin jaren twintig
(foto Evert van den Bergh).

In 1918 laat Isidore zijn voornaam formeel veranderen en gaat vanaf dat moment door het leven als John. De naam die hij al gebruikt ten tijde van het huwelijk met Tilly. Inmiddels is hij mededirecteur van de Firma Arnold I. van den Bergh Ltd. Na het overlijden van zijn vader Arnold in 1923 volgt hij hem op als directeur.

In 1930 fuseert het bedrijf van John met twee andere firma’s: de Fa. v.d. Lugt & Zn. uit Rotterdam en de Fa. Varsseveld & Co. uit Leerdam, op dat moment één van de grootste houtondernemers van ons land. Het nieuwe bedrijf gaat verder onder de naam NV Emballagefabrieken en Houthandel Varsseveld & Co. en is gevestigd in Rotterdam. John is er directeur en later ook commissaris. Tevens is hij vanwege zijn deskundigheid en zakelijk inzicht commissaris bij een aantal grote Nederlandse ondernemingen en is hij vicepresident van De Nederlandse Hout Unie.

John 03 

Tilly en John, Heemraadssingel Rotterdam, ca. 1928
(foto Evert van den Bergh).

Op 27 maart 1928 verhuist het gezin van John van de drukke stad naar het rustieke Wassenaar en gaat wonen in Huize Bloemhof op Raadhuislaan 11[1].

Het zijn de roerige jaren dertig waarin veel gebeurt. Het ineenstorten van de Amerikaanse beurs in 1929 met wereldwijde gevolgen op financieel en economisch gebied is er één. De politieke omwenteling in Duitsland is een ander. We weten niet of de fusie van het bedrijf van John te maken heeft met een krimp of juist het gevolg is van groei. Toch zullen Tilly en John zich zorgen hebben gemaakt over de toekomst van hun gezin. Die zorgen worden concreet wanneer nazi-Duitsland op 1 september 1939 Polen aanvalt, waarmee de Tweede Wereldoorlog een feit is.

John 04

Raadhuislaan 11, begin jaren dertig (foto Evert van den Bergh).

John 05

V.l.n.r. Auguste, haar kleinzoon Tom (Thomas Arnold),
Arnold John en John, Raadhuislaan 11, zomer 1939
(foto Evert van den Bergh).

John 06

V.l.n.r. Arnold John, Ineke, hun zoontje Tom (Thomas Arnold),
Tilly en John, winter 1939 (foto Evert van den Bergh).

De beide kinderen, Arnold en Alice, trouwen voor de oorlog. Arnold trouwt in 1938 met Ine (Ineke) Rose Spanjaard (1914 – 1995) en krijgt met haar vier kinderen. Alice verhuist naar het Verenigd Koninkrijk, ontmoet daar de man van haar leven en trouwt in Surrey met Henry Bergöö Bather (1910 – 1994). Het echtpaar krijgt drie kinderen.

Ondanks het naleven van een nauwgezette neutraliteit wordt ons land in de vroege ochtend van 10 mei 1940 door Duitsland aangevallen. Het echtpaar Van den Bergh zal in Wassenaar zeker gehoord hebben over de gevechtshandelingen rondom Den Haag en het nabijgelegen vliegveld Valkenburg. Als voormalige inwoners van de Maasstad en met zakelijke belangen in die stad zullen zij geschrokken kennisgenomen hebben van het bombardement op 14 mei waarbij de oude binnenstad in vlammen opgaat.

Na de capitulatie lijkt het erop dat het dagelijkse leven weer zijn gewone gang gaat. Slachtoffers worden begraven, gewonden verzorgd, schade hersteld en puin geruimd.

Schijn bedriegt, want anderhalve maand later worden in ons land de eerste anti-Joodse maatregelen afgekondigd. Begin 1941 wordt aangeven dat “alle personen van geheel of gedeeltelijk Joodschen bloede” zich moeten melden. John doet dit op 15 februari in het op loopafstand gelegen gemeentehuis. 

De lijst met maatregelen tegen Joodse landgenoten wordt steeds uitgebreider.  Twee Joodse docenten van het Rijnlands Lyceum, Ernest Frijda en Freddie da Silva, zijn eind 1940 al ontslagen[2]. In het Burchtpark verschijnen de eerste bordjes met het opschrift “Joden niet gewenscht”.

 

Eind mei 1942 stuurt de locoburgemeester van Wassenaar de volledige lijst van Joodse inwoners naar de Zentralstelle für jüdische Auswanderung in Amsterdam. De maand daaropvolgend krijgen Joodse Wassenaarders naar aanleiding van die lijst bezoek van de Hausraterfassungsstelle. Het huis van John en Tilly wordt in beslag genomen door de Duitsers en het stel gaat wonen in de Mechelsestraat 32 in Den Haag. Daar wonen inmiddels ook Celestine, haar man Otto Simon en moeder Auguste. De anti-Joodse maatregelen worden steeds grimmiger: op 15 juli 1942 vertrekt het eerste transport met 1135 personen uit Westerbork naar Auschwitz.

Joden beseffen dat zij steeds meer in het nauw worden gedreven en proberen te ontkomen aan razzia’s en deportatie. Velen duiken onder of maken plannen om te vluchten. In beide gevallen zijn ze afhankelijk van de bereidwilligheid en het vertrouwen van vaak onbekenden die het risico durven te nemen om hen te helpen.

Eén van die mensen die wil helpen is Friedrich Weinreb (1910 – 1988)[3], die gedurende een periode van twintig maanden vele Joden “redt” door ze tegen betaling op een fictieve lijst te plaatsen waarmee deze mensen hun deportatie kunnen uitstellen. Zelfs een emigratie naar het onbezette Frankrijk behoort tot de mogelijkheden. Hij beweert dat hij contacten heeft met een, naar later blijkt, niet-bestaande Duitse generaal. Degenen die met Weinreb in zee gaan, krijgen na betaling een schriftelijke bevestiging, een zgn. Sperre[4], die men bij aanhouding door de Sicherheitsdienst kan overleggen om, zoals Weinreb doet geloven, aan deportatie te ontkomen. Zo biedt hij naar later blijkt, valse hoop aan mensen die wanhopig zijn en proberen te ontsnappen aan deportatie.

Ook John hoort van deze mogelijkheid en wil zo proberen weg te komen uit het bezette Nederland. Een vertegenwoordiger van de fabriek van John onderhoudt in juli en augustus 1942 het contact met Weinreb. John doet een betaling van fl. 7.000,- om zijn familie op de lijst geplaatst te krijgen. Buiten het genoemde bedrag moet voor elk familielid nog eens fl. 100,- worden betaald.

Inmiddels hebben duizenden Joodse Hagenaars een oproep gekregen om zich te melden op het Station Staatsspoor[5]. Op 18 augustus 1942 worden 1.200 Haagse Joden via dit station weggevoerd naar het kamp Westerbork. Vier dagen later vindt in Scheveningen in de avonduren de eerste razzia plaats. In opdracht van de bezetter arresteren Haagse politiemannen Joden die op lijsten staan die uit Amsterdam zijn verkregen.

In de maanden hierna worden vele Haagse Joden door de Sicherheitsdienst en de Haagse politie ’s nachts opgehaald en afgevoerd.

John en Tilly hebben nog altijd contact met Henri van den Bergh (1868 – 1942), een neef in de Haagse Van Dorpstraat 3. Bovendien hebben zij een rotsvast vertrouwen in de belofte van Weinreb. Nog steeds gaan zij ervan uit dat de door hem in het vooruitzicht gestelde treinreis naar het vrije Frankrijk binnenkort zal plaatsvinden. Het echtpaar waant zich vooralsnog veilig en denkt geen gevaar te lopen.

Arnold van den Bergh, de zoon van John, verklaart hierover na de oorlog bij de PRA[6]:

“Ik kan verklaren, dat mijn vader en mijn moeder de middelen en de gelegenheid hadden om tijdig onder te duiken, doch door de woorden van Weinreb, dat de reis naar onbezet Frankrijk beslist door zou gaan, dit niet hebben gedaan. Mijn vader vertrouwde rotsvast op de woorden van Weinreb. Ik zelf geloofde ook dat de reis door zou gaan. Wij hebben ook inderdaad meerdere malen met gepakte koffers klaargestaan om met het transport van Weinreb te vertrekken. Dit is evenwel nooit doorgegaan. Telkens kwam er iets tussen, zodat de reis werd uitgesteld. Wij waren er zo van overtuigd, dat wij niet eens bang waren, dat wij gearresteerd zouden worden, want mocht dit gebeuren, dan bleven we in Westerbork, en zouden vandaar op transport gesteld worden naar Frankrijk.”

Op 3 september slaat dan toch het noodlot toe wanneer John en Tilly op bezoek zijn bij Henri van den Bergh. Op dat moment is er een razzia gaande in de Van Dorpstraat. Een dienstbode kan nog waarschuwen en de vrouw van Henri en een zoon weten te vluchten. Voor John, Tilly, Henri en zijn dochter Lucie Rosette (1904 – 1942) komt de waarschuwing te laat en zij worden gearresteerd.  

Drie dagen later worden zij overgebracht naar Westerbork en buiten hun verwachting worden zij niet “gesperrt” door de Weinreb-lijst. Zonder afscheid te kunnen nemen van hun dierbaren vertrekken zij de volgende dag op 7 september uit Westerbork met het 17e transport naar Auschwitz. Met hen nog 926 andere, weerloze mensen. Drie dagen na het vertrek komen zij aan in Auschwitz waar zij direct na aankomst worden vermoord.

John is dan 57, Tilly 52, Henri 74 en Lucie 38 jaar.

De eerdergenoemde zuster van John, Celestine en haar man Otto Simon (1876), die agent in hout is, wonen in Enschede in de Bisschopstraat 41 en duiken later onder.

Hun zoon Hans (1914), secretaris bij de Joodse Raad in Amsterdam, wordt gedeporteerd naar Auschwitz en wordt daar op 30 september 1942 vermoord. Celestine en Otto worden opgepakt en in 1945 in Bergen-Belsen vermoord.

Lily Simon, een dochter van Celestine en Otto, overleeft de oorlog.

Auguste van den Bergh – Soberski, de moeder van John en Celestine, wordt via Westerbork gedeporteerd naar Theresienstadt, maar overleeft de oorlog.

Arnold John en zijn vrouw Ineke vluchten naar België. Ineke, die in verwachting is van hun vierde kind, en Arnold John hebben hun drie oudere kinderen dan al achtergelaten op verschillende onderduikadressen. Tijdens hun vluchtpoging wordt het echtpaar echter verraden door hun passeur. Ze worden gearresteerd, maar weten te ontsnappen en overleven de oorlog door onder te duiken op meerdere adressen. Na de bevrijding worden Arnold John en zijn vrouw Ineke herenigd met hun kinderen.

Arnoldus Isaak (Arnold) van den Bergh (1857 – 1923) en Auguste Soberski (1863 – 1950) liggen begraven op de Joodse Begraafplaats Toepad in Rotterdam. Ter nagedachtenis aan de omgebrachte gezinsleden is een steen aangebracht met daarop de volgende tekst:

DEZE STEEN WERD AANGEBRACHT

TER NAGEDACHTENIS HUNNER KINDEREN

JOHN V.D. BERGH GEB. TE OSS 12-3-1885

EN ZIJN ECHTGENOTE

RUDOLPHINE M. JESSEL GEB. TE WEILBURG 16-3-1890

EN

CELESTINE V.D. BERGH GEB. TE OSS 8-8-1888

EN HAAR ECHTGENOOT

OTTO SIMON GEB. TE WERDEN 18-2-1876

EN HUN ZOON

HANS SIMON GEB. TE WERDEN 8-10-1914

DIE ALLEN NA WEGVOERING

GEDURENDE DE DUITSE OVERHEERSING VAN 1940-1945

NIET ZIJN TERUGGEKEERD

 John 07

 Gedenksteen familie Van den Bergh, Joodse Begraafplaats Toepad, Rotterdam (foto Ton Beijersbergen).

John 08

Raadhuislaan 11 (foto Gemeentearchief Wassenaar).

 

Om de herinnering aan John van den Bergh

en zijn vrouw Rudolfine van den Bergh – Jessel

levend te houden, liggen er op dit adres

twee struikelstenen.

 

John 09

Foto: Patrick Kop

 ©Ton Beijersbergen

Werkgroep Struikelstenen Wassenaar

https://www.oudwassenaer.nl/2e-wereldoorlog/struikelstenen

[1] Raadhuislaan 11, gebouwd in 1927 voor H.J. Godron, naar ontwerp van architect Herman van Lindonk.

[2] Zie de brochure “Stolpersteine in Wassenaar” deel 1, november 2021.

[3] Weinreb (1910 – 1988) stamt uit een Oost – Europese traditionele chassidische familie. Het gezin verhuist in 1916 van Wenen naar Nederland. Hij brengt zijn jeugd door in Scheveningen en studeert economie in Wenen en Rotterdam, waar hij in 1938 zijn doctoraalexamen haalt.

[4] Document dat tijdelijke vrijstelling van deportatie verschaft.

[5] In augustus 1942 beginnen de deportaties van de Haagse Joden naar de concentratie- en de vernietigingskampen van de nazi’s. Als reactie op de protesten door de katholieke kardinaal Jan de Jong tegen de Jodenvervolging worden in de nacht van 1 op 2 augustus 1942 tot het katholicisme bekeerde Joden in Den Haag opgepakt en via kamp Amersfoort naar Westerbork weggevoerd.  

[6] PRA: De Politieke Recherche Afdeling is een instelling die door de Nederlandse overheid na de Tweede Wereldoorlog in het leven is geroepen. Haar taak is het opsporen en voor het gerecht brengen van Nederlanders die tijdens de oorlog als NSB’er of anderszins met de Duitsers hebben gecollaboreerd. De dienst valt onder het Directoraat-Generaal voor Bijzondere Rechtspleging.

Historisch Informatie Punt (HIP)

Iedere laatste zaterdag van de maand (behalve in de zomermaanden) is het Historisch Informatie Punt (HIP) in de Bibliotheek aan de Langstraat geopend. Tussen 11.00 en 16.00 kunt u hier terecht met vragen en opmerkingen over de geschiedenis van Wassenaar.

Doelstelling

Op de bres staan voor de cultuurhistorie van Wassenaar, dat is wat de vereniging wil. Dat doet zij o.a. door het bevorderen van de lokale monumentenzorg, het organiseren van lezingen, cursussen, excursies en tentoonstellingen en het uitgeven van publicaties.

Contact Historische Vereniging Oud Wassenaer

Secretaris M.F.J. Spierings - info@oudwassenaer.nl