In Antwerpen wonen Henricus (Henry) Alberg (1874-1943) en zijn vrouw Eveline Alberge (1870-1921). Het echtpaar is op 8 november 1899 getrouwd in Middelburg de geboorteplaats van Eveline. De echtelieden zijn neef en nicht.
In Antwerpen wordt op 11 januari 1902 hun eerste kind geboren. Het is een jongetje en krijgt de naam Abraham David. Drieënhalf jaar later is er op 1 juli 1905 gezinsuitbreiding met de geboorte van dochter en zusje Rosetta Judith.
Abraham en Rosetta groeien op in de Scheldestad en zijn respectievelijk twaalf en negen jaar oud wanneer in 1914 de Eerste Wereldoorlog uitbreekt en België wordt betrokken in het conflict tussen de Centralen (Duitsland, Oostenrijk-Hongarije en Italië) en Geallieerden (het Verenigd Koninkrijk, Frankrijk en Rusland). Onze zuiderburen verklaren zich neutraal, maar die neutraliteit wordt geschonden wanneer op 4 augustus Duitse troepen de Belgische grens overschrijden. Voor de Duitsers lag België op de route naar Frankrijk. De Fransen hebben na de verloren Frans-Duitse Oorlog van 1871 de grenssteden langs Elzas-Lotharingen versterkt. Het Duitse leger besluit de Fransen te verrassen door Parijs te veroveren via een omtrekkende beweging door het neutrale België. Nadat de Duitse opmars aan de Marne tot stilstand komt, volgt op 7 oktober 1914 de belegering van Antwerpen. De Scheldestad speelt een belangrijke rol als vestingstad en als tijdelijke hoofdstad van België. Na drie dagen van hevige beschietingen geeft Antwerpen zich op 10 oktober over. Na de overgave zoeken ongeveer één miljoen vluchtelingen een veilig heenkomen in het neutrale Nederland. Zodra de situatie in België enigszins veilig is, keren velen terug. Ongeveer 150.000 vluchtelingen blijven tot het eind van de oorlog in ons land.
We weten niet hoe het gezin waartoe Rosetta behoort de belegering van hun woonplaats heeft doorstaan. Wellicht behoorden zij ook, voor kortere of langere tijd tot de vluchtelingen en hebben zo het vege lijf weten te redden. Of heeft het gezin op een veilige plek in de stad weten te overleven en zo het eind van de oorlog meegemaakt? Op 4 november 1918 zwijgen de wapens en wordt de wapenstilstand getekend.
Ongeveer anderhalf jaar later verhuist het gezin op 12 juni 1920 naar het Zeeuwse Middelburg. Daar overlijdt Eveline op 25 mei 1921. Ruim een jaar later trouwt Henry in 1922 met Sibilla Alberge (1867-1943). Zij is een zus van Eveline en wordt door het huwelijk met Henry behalve tante ook stiefmoeder van Abraham en Rosetta. Abraham is inmiddels twintig jaar en verdient de kost als timmerman bij de Koninklijke Maatschappij De Schelde in Vlissingen. Zijn zus Rosetta is werkzaam als dienstbode en is woonachtig op verschillende adressen o.a. in Middelburg en Vlissingen. Op 1 mei 1931 trouwt Abraham met Leijntje Louisa Adriana Bosschaart (1907-2002). Het echtpaar zal kinderloos blijven.

Het centrum van Middelburg 1925-1935 (foto Wikimedia Commons).
Zes jaar later wordt Rosetta ingeschreven in Wassenaar op het adres Bremhorstlaan 10. Haar werkzaamheden bestaan niet langer uit het vervullen van huishoudelijke taken, maar zij helpt ouders bij de opvoeding van hun kinderen. Haar verblijf in Wassenaar is in eerste instantie kort, want vanaf januari 1938 werkt zij als kinderjuffrouw achtereenvolgens in Blaricum, Leiden en Middelburg om vervolgens op 1 februari 1940 in dienst te treden bij de familie Van Kleffens op de Van Calcarlaan 27 in Wassenaar.
Drie maanden na haar indiensttreding breekt hier de oorlog uit en zullen bij Rosetta herinneringen uit haar kindertijd naar boven zijn gekomen aan de belegering van Antwerpen en de daaropvolgende periode. Na de overgave van het Nederlandse leger volgt de bezetting en al snel worden de eerste anti-Joodse maatregelen ingevoerd. Na de aangekondigde meldingsplicht voor “alle personen van geheel of gedeeltelijke Joodsche bloede” begin januari 1941, laat Rosetta zich op 15 februari registreren op het gemeentehuis van Wassenaar. In drie weken tijd, tussen 11 en 29 februari, melden zich de 218 Joodse inwoners van ons dorp in De Paauw. De geregistreerden betalen fl. 1,- aan legeskosten en ontvangen hiervoor een genummerde kwitantie. Uit Rosetta’s ontvangen betalingsbewijs blijkt dat zij zich als achtentwintigste persoon heeft aangemeld. Vanaf 3 mei van dat jaar moeten alle Joodse Nederlanders een ster dragen en een paar weken later wordt de letter “J” in hun persoonsbewijs gestempeld. Eind mei 1942 stuurt de gemeente Wassenaar het complete overzicht met namen en adressen van haar Joodse inwoners naar “Die Zentralstelle für jüdische Auswanderung in Amsterdam”[1]. Ook de naam van Rosette Judith Alberg staat op deze lijst. Korte tijd hierna krijgen de eerste Joodse dorpsgenoten bezoek van de Hausraterfassungsstelle[2].
Als gevolg van de beperkende maatregelen worden Joden die als hulp in de huishouding of als kinderjuffrouw werken ontslagen. Begin juli 1942 verstuurt de Duitse bezetter de eerste oproepen voor de deportaties van Joden naar Duitsland. Zij krijgen per brief de opdracht om zich te melden voor deportatie, vaak met valse voorwendselen zoals “werkverruiming onder politietoezicht”. Op 15 juli vertrekt het eerste transport met 1135 gedeporteerden vanuit Westerbork naar Auschwitz.

Kinderen vieren in Kamp Westerbork het Chanoekafeest, 1942-1944 (foto Wikimedia Commons).. 
Wagonbord bevestigd op de treinen naar Auschwitz, 1942-1944 (foto Wikimedia Commons)..
Het is moeilijk te reconstrueren wat er in de laatste maanden van Rosetta’s leven is gebeurd. Het is aannemelijk dat zij in de periode tussen juli en half augustus 1942 een oproep heeft ontvangen en daar gehoor aan heeft gegeven. Niet duidelijk is wanneer Rosetta is aangekomen in het doorgangskamp Westerbork. Wel weten we dat zij op maandag 17 augustus met het elfde transport vertrokken is uit Westerbork. Het transport telt 506 gedeporteerden van wie 94 kinderen. De trein telt 12 wagons en heeft als eindbestemming Auschwitz. Daar wordt Rosetta Judith Alberg op 24 september 1942 vermoord. Rosetta is dan 37 jaar.

Gedenksteen als onderdeel van het Monument Slachtoffers Fascisme Concentratiekamp Auschwitz ll (foto Lennard Bolijn, Tracesofwar.nl)..
Twee dagen na het vertrek van Rosetta uit Westerbork verzoekt mevrouw Van Kleffens op 19 augustus de Wassenaarse politie “om bemiddeling bij het verzegelen van een koffer waarin eigendommen gepakt zullen worden van Rosetta Alberg (joodsche). E.e.a. op advies van de Afdeling Joodsche Zaken van de Haagsche Politie.”
Misschien was het de bedoeling om de koffer na te zenden naar Kamp Westerbork.
Een dag later geeft een rechercheur van de Haagse politie telefonisch door “dat door hem in samenwerking met ambtenaren van de hausraterfassung ten huize van v. Kleffens v. Calcarlaan 27 alh., een kast is verzegeld. Deze kast behoort toe aan de geemoveerde[3] Rosetta Alberg (Jodin).”
Henricus (Henry) en zijn vrouw Sibilla Alberg-Alberge worden beiden vermoord op 30 april 1943 in Sobibor. Voor hen liggen er struikelstenen in de Gravenstraat 7 in Middelburg.
Abraham David Alberg komt om op 31 maart 1944 in Midden-Europa. Zijn vrouw overleeft de oorlog. Voor Abraham ligt er een struikelsteen in de Leliënlaan 6 in Vlissingen.

Middelburg, Gravenstraat 7. Struikelstenen Sibilla Alberg-Alberge en Henricus Alberg (foto Ton Beijersbergen)..

Vlissingen, Leliënlaan 6. Struikelsteen Abraham David Alberg (foto Ton Beijersbergen)..

Van Calcarlaan 27 (foto Mariëtte van Lit-Pieterse)
Ter nagedachtenis aan
Rosetta Judith Alberg
is er op de Van Calcarlaan 27
een struikelsteen geplaatst.

©Ton Beijersbergen
Werkgroep Struikelstenen Wassenaar
https://www.oudwassenaer.nl/2e-wereldoorlog/struikelstenen
[1] Die Zentralstelle für jüdische Auswanderung (letterlijke vertaling: Centraal Bureau voor Joodse emigratie) in Amsterdam organiseert vanaf het voorjaar van 1941 tot het najaar van 1943 de deportatie van Joden uit Nederland naar concentratiekampen in Duitsland en Polen.
[2] Een Duitse organisatie die zich richt op het in kaart brengen van alle roerende goederen die joden achter moeten laten bij hun gedwongen verhuizing of deportatie.
3Het Latijnse woord emovere betekent letterlijk uitbewegen, dus ook uitzetten.