In 2025 herdachten we 80 jaar vrijheid. In ons dorp hoorden de inwoners op 4 mei 1945 over de capitulatie van de Duitse troepen in Nederland. Op 8 mei kwamen de geallieerde bevrijders, waaronder de Prinses Irenebrigade, via Leiden langs de Rijksstraatweg naar ons dorp. Het bevrijdingsmonument aan de Lus markeert die gedenkwaardige plek.

Het bevrijdingsmonument aan de Lus herinnert aan de bevrijding van Wassenaar. (Foto: H. van der Meer)
De Wederopbouw van ons land kon beginnen. In Wassenaar hernam het gewone leven zijn loop, hoewel? De oorlog was dan wel voorbij in Europa, maar nog niet in Azië: de strijd met Japan woedde nog voort. Nederlands-Indië, een koloniaal deel van het Koninkrijk der Nederlanden was nog door Japan bezet. Jonge mannen, vaak afkomstig uit het verzet, gaven zich op als oorlogsvrijwilliger om aan de strijd tegen de Japanse bezetter deel te nemen.
Pas toen Amerika twee atoombommen inzette op de steden Hiroshima en Nagasaki in Japan, leidde dat onverwacht tot de capitulatie van dat land. Daarmee kwam op 15 augustus 1945 een einde aan de Tweede Wereldoorlog.
De vrede in Nederlands-Indië was van korte duur, want twee dagen later riepen Soekarno en Hatta de Republik Indonesia uit. Tot ontsteltenis van de Nederlanders leidde de onafhankelijkheisverklaring in Nederlands-Indië tot een bloedige periode van verzet tegen de terugkeer van de vooroorlogse koloniale verhoudingen.
De militairen van het Koninklijk Nederlands-Indisch Leger waren gedurende de oorlog door de Japanners als krijgsgevangenen afgevoerd en ingezet voor dwangarbeid aan onder meer de Birma-Siam Spoorweg, de Pakan Baroe Spoorweg op Sumatra, of in mijnen en op scheepswerven in Japan. De Nederlandse en Nederlands-Indische burgers (mannen, vrouwen en kinderen) waren geïnterneerd in kampen, of kwamen als ‘buitenkamper’ in moeilijke leefomstandigheden terecht. Buitenkampers zijn de (Indo-)Europeanen die tijdens de Japanse bezetting van Indonesië niet geïnterneerd werden, maar buiten de kampen verbleven. De na de Japanse capitulatie uit de kampen vrijgekomen burgers en de ‘buitenkampers’ stond een ontgoocheling te wachten: opstandige jongemannen met bamboe speren en andere primitieve wapens zaaiden dood en verderf onder de door hen gehate kolonialen.
Deze ‘Bersiap’ noopte tot maatregelen om de orde en rust te herstellen. De Nederlandse regering zond troepen naar ’Indië’. Eerst de oorlogsvrijwilligers, die zich na de bevrijding hadden aangemeld voor de strijd tegen de Japanners. Later de dienstplichtigen die opgeroepen werden voor verplichte inzet in de Nederlandse kolonie ver overzee. Uit Wassenaar maakten in de periode 1945-1950 veel jonge mannen in uniform de verre reis naar Nederlands-Indië om daar in een uitzichtloze en uiteindelijk nutteloze conflictsituatie terecht te komen. Velen kwamen getekend thuis, fysiek en/of mentaal beschadigd. Drie Wassenaarders kregen hun laatste rustplaats onder de tropenzon. Hieronder volgt hun verhaal.

Aankomst van het 6e bataljon Garderegiment Prinses Irene aan de Lloydkade te Rotterdam na terugkomst uit Nederlands-Indië, 23 juni 1950. (Foto: Leger Film- en Fotodienst/Audiovisuele Dienst KL/Mediacentrum ILMO/Mediacentrum KL)

Kaart (1928) van toenmalig Nederlandsch-Indië, het land waar omkwamen: Hendrik Willem Bos (omgeving Djambi), Hans Herman Levy (omgeving Ngawi) en Hans Gerhardus Otten (Soerabaja).
(Bron: Atlas van Tropisch Nederland)
HENDRIK WILLEM BOS
Eén van de oorlogsvrijwilligers, die zich aanmeldden voor de strijd tegen Japan was Hendrik Willem Bos, geboren in 1923 op de brigade van de Koninklijke Marechaussee in Watergraafsmeer, als zoon van een marechaussee. Hij kreeg twee jaar later, het gezin was inmiddels overgeplaatst naar Steenwijk, een broertje. Vijf jaar later werd vader Bos benoemd tot commandant van de brigade Koninklijke Marechaussee in Wassenaar. Het gezin woonde in de dienstwoning die bij de brigade aan de Wassenaarscheweg 9f (later: Van Brienenlaan) hoorde. Verplichte ‘kazernering’ was toen de norm: zowel gehuwden met gezin als vrijgezellen woonden verplicht op de brigade. In Wassenaar werd nog broer Adriaan geboren.
De brigade met dienstwoningen moest in april 1942 in opdracht van de Wehrmacht worden afgebroken om vanaf de rand van landgoed Clingendael over de tankgracht een vrij schootsveld te krijgen, dit alles vanwege de verblijfplaats van Rijkscommissaris Seyss-Inquart. Het gezin Bos verhuisde noodgedwongen in Wassenaar.

De marechausseekazerne te Wassenaar. Hier werd broer Adriaan Bos geboren. Deze kazerne was identiek aan die te Watergraafsmeer, waar Hendrik Willem Bos het levenslicht zag.
(Foto: Internet Jaap Bennink)
Hendrik Willem Bos wist vermoedelijk aan gedwongen arbeidsinzet te ontkomen door onder te duiken. Vanaf 1 december 1944 maakte hij deel uit van het verzet bij de Binnenlandse Strijdkrachten. Hij maakte in die rol de roerige dagen rond de bevrijding van Wassenaar mee en zal dan ook deelgenomen hebben aan de arrestatie van vermeende landverraders. Hij bleef tot eind september bij de 1e compagnie van de Binnenlandse Strijdkrachten, die onder meer belast was met bewakingstaken. Kort na de bevrijding meldde hij zich als oorlogsvrijwilliger voor de strijd tegen Japan.
Hij kwam in dienst bij het 1e bataljon van het 4e Regiment Infanterie. Na de eerste opleiding ging hij op 1 december 1945 naar Engeland en vandaar op 31 december 1945 op weg naar ‘De Oost’. De toegang van Nederlandse troepen tot de kolonie werd door de Britten geweigerd, waardoor de eenheid van Bos op 31 januari 1946 noodgedwongen van boord ging in Singapore. Twee maanden later ging zijn eenheid scheep naar Tandjong Priok, de haven van Batavia (nu Jakarta). Het bataljon werd in en rond Batavia ingezet en na enkele maanden overgebracht naar Bandoeng. Bos werd bevorderd tot korporaal, en niet lang daarna tot tijdelijk sergeant, een razendsnelle carrière. Hij nam als groepssergeant deel aan acties in het gebied Buitenzorg (nu Bogor)en de Poentjak-pas. In Tjimahi volgde hij een opleiding op een gepantserd rupsvoertuig, de Brenguncarrier.
Hij keerde op 4 juli 1947 met het M.S. Indrapoera tijdelijk naar Nederland terug.

In Nederland (Foto: via Oorlogsgravenstichting)
De tijdelijke terugkeer had te maken met de oprichting in Assen van het 5e Bataljon van het 4e Regiment Infanterie. Bos werd tijdelijk sergeant-majoor instructeur bij één van de compagnieën van dit Bataljon, dat op 13 november 1947 met de eerste reis van het troepentransportschip SS ‘Groote Beer’ vertrok.

Troepentransportschip ‘Groote Beer’ in IJmuiden(Foto: (foto Snikkers/Anefo)
De vaart ging na een korte stop in Sabang (noord-Sumatra) rechtstreeks naar Balikpapan op Oost-Borneo (nu Kalimantan), waar het bataljon van Bos ontscheepte. Vervolgens werd zijn compagnie ingescheept op een voormalig Amerikaans landingsvaartuig en over een afstand van ruim 600 kilometer overgevaren naar Bandjermasin, gelegen in Zuid-Oost Borneo. Zijn compagnie bemande buitenposten op o.a. vliegveld Oelim en in de verdere wijde omgeving van Bandjermasin.
Een jaar later werd Bos aangewezen om deel te nemen aan de actie ‘Ekster’, onderdeel van de 2e Politionele Actie. De compagnie van Bos werd op 28 december 1948 van Bandjermasin naar Palembang (Zuid-Sumatra) overgevlogen. Op de dag van de actie, 29 december, werden parachutisten ingezet om het vliegveld en de olievelden bij Djambi op Sumatra bij verrassing veilig te stellen. Per Dakota (C-47) werden aan het einde van de dag de infanteristen, onder wie Bos, naar het vliegveld Paal Merah bij Djambi gevlogen; een andere groep infanteristen werd die dag vanaf zee over de rivier naar Djambi gebracht. De volgende dag werd de stad veilig gesteld en gezuiverd.

Op 28 december 1948 begon voor Bos de tweede Politionele Actie met de actie ‘Ekster’, de bezetting van Djambi [1] en de nabijgelegen olievelden op Sumatra. Vier maanden later sneuvelde Hendrik Willem Bos op 20 april 1949 in Parit [2]. Hij werd begraven bij het hoofdkwartier van het 5e bataljon in Koealatoengkal [3]. Vervolgens in het ten zuiden gelegen Palembang. In 1967 werd hij herbegraven op het Ereveld Pandu te Bandoeng op Java. (Bron: Atlas van Tropisch Nederland)

Ergens in Nederlands-Indië (Foto: via Oorlogsgravenstichting)
In de daarop volgende maanden volgde inzet in het gebied van de olievelden, ten noorden van Djambi. Bos commandeerde het 3e peloton vanuit de plaats Koealatoenkal, een plaats gelegen aan de monding van een rivier, die daar uitmondt in zee. Hier bevonden zich begin 1949 volgens de commandant veel subversieve elementen en aanhangers van een mohammedaanse verzetsbeweging (Darul islam). Het kampement werd vrijwel dagelijks aangevallen. Op 20 april 1949 sneuvelde Bos bij een patrouille naar het vijftig kilometer zuidelijker aan de kust gelegen Parit. In zijn persoonsdossier staat: overleden door twee schoten in de borst. De geschiedschrijver van het bataljon schrijft: Een schot uit de bush-bush velde hem. Onder uiterst moeilijke omstandigheden moest de patrouille de terugkeer naar het kampement aanvaarden. Henk Bos was een bekwaam militair, die bij een ieder respect afdwong. Hij is met militaire eer in het kampement Koeala Toengkal ter aarde gesteld.
In december 1949 werd hij begraven op het Ereveld van het zuidelijker gelegen Palembang. Op last van de Indonesische regering werden alle Nederlandse oorlogsgraven geconcentreerd op Java; Hendrik Willem Bos kwam in 1967 te rusten op het Ereveld Pandu te Bandung.

Begrafenis met militaire eer van Hendrik Willem Bos in Koeala Toengkal 21 april 1949. (Foto: Uit Ben Loohuis, De Grote Patrouille, 1999)

Ereveld Pandu (Bandung, Java) (Foto: Oorlogsgravenstichting)
HANS HERMAN LEVY
De oorlogsjaren waren voor Hans Herman Levy bijzonder zwaar. Op 29 mei 1942 zond de burgemeester van Wassenaar aan de Duitse autoriteiten een opgave van Joodse inwoners en hun familieleden. Op de lijst stonden ook vader Herman Levy, zonder beroep, moeder Anna Mullem. en de twee kinderen: de in 1919 in Den Haag geboren Henriette Jantina Jacqueline (Hetty) Levy en Hans Herman Levy, eveneens in Den Haag geboren, in 1925.

Via een omweg is er één voor-oorlogse foto van Hans Herman Levy. De man en vrouw rechts staand, zijn zijn ouders, Herman Levy en Anna Mullem. Herman Levy is dat kleine jongetje in wit overhemd en stropdas.
(Foto: collectie Yvonne Hartgers)


De opgave van de burgemeester van Wassenaar, 29 mei 1942. (Bron: Gemeentearchief Wassenaar, 1930-1960, Inv. 142)
In februari 1941 hadden zij allen al één gulden aan leges moeten betalen om zich als Jood te registreren. Een jaar later moest het gezin het huis aan de Prinsenweg 82 in Wassenaar verlaten en vertrok naar de Jonkerlaan 86, om vervolgens ‘op papier’ naar het adres Reijnier Vinkeleskade 57 in Amsterdam te verhuizen. In die periode verdwenen zij in de anonimiteit. De ouders verbleven als ‘huisbewaarders’ in een huis van de bekende vastgoedmagnaat Reinder Zwolsman in Den Haag. Zij droegen niet de verplichte Jodenster. Zij werden na verraad in december 1942 opgepakt en via het Oranjehotel in januari 1943 naar Westerbork gebracht. Vandaar werden zij op 4 september 1944 op transport gesteld naar het concentratiekamp Theresienstadt. Dat kamp overleefden zij maar ternauwernood.
De kinderen Hans Levy en zijn zus Henriette Levy overleefden de oorlog in onderduik, onder meer bij de familie Hartgers, aan de Storm van ’s Gravesandeweg 41 te Wassenaar. In de tussentijd hadden de Duitse bezetters het familiehuis aan de Prinsenweg 82 van Levy ontnomen en in 1942 verkocht aan de ex-huishoudster van de familie, Susanna de Barst. Na de terugkeer van de ouders uit Theresienstadt troffen zij het huis aan de Prinsenweg 82 totaal leeggeroofd aan, zij bezaten nog geen foto van vroeger. Enkele maanden later konden zij het huis weer gaan bewonen. Dochter Hetty Levy trouwde in september 1945 in Wassenaar met Willem Hartgers, de zoon des huizes van het onderduikadres van Hetty en Hans Levy. Het jonge echtpaar vestigde zich bij de ouders Levy aan de Prinsenweg 82.
Hans Herman Levy, gezien zijn geboortejaar behorende tot de lichting 1945, werd - inmiddels in het bezit van een HBS-diploma - in 1946 opgeroepen voor de dienstplicht . Hij kwam op bij de ‘Pioniers’ (de Genie) in Gilze en was bestemd voor uitzending naar Nederlands-Indië.

Hans Levy na opkomst in werkelijke dienst en nog geen ‘geoefend soldaat’ (de kraag van de battle dress dus nog gesloten). (Foto: Persoonsdossier Nationaal Archief)
De eerste militaire opleiding werd afgerond in november 1946 en Hans Levy werd ingedeeld bij de divisie die werd klaargestoomd voor vertrek naar Nederlands-Indië. Hij vertrok via Harwich naar het Engelse Aldershot en werd door de Britse ‘pioneers’ verder opgeleid. Hij werd ingedeeld bij de 7 December Divisie, en wel bij het 1e peloton van de 4e Divisie Pionierscompagnie (korte tijd later omgedoopt in de 6e Genieveldcompagnie). Vanuit Engeland kwam hij aan boord van het M.S. ‘Sloterdijk’, dat op 28 december 1946 vanuit Amsterdam was vetrokken, om op 24 januari 1947 te ontschepen in Tandjong Priok, bij Batavia.
De taak van zijn eenheid betrof vooral het bouwen van Baileybruggen, het verbeteren van wegen, het opruimen van hindernissen. Soldaat Levy maakte gedurende meer dan twee jaar alle gevechtsactiviteiten van de 7 Decemberdivisie mee, waaronder de twee Politionele acties.


Origineel bijschrift uit 1949: ‘Binnen een dag tijds legden twee pelotons van de 6e Genie Veldcompagnie zoals gewoonlijk bijgestaan door het A-peloton van de 37e A.A.T., de langste Bailey brug van Oost-Java. Deze brug, over de Kali Ketonggo, de laatste hindernis op de weg tussen Madioen en Ngawi, is 70 meter lang.‘ (Maart 1949) Het is zeer waarschijnlijk dat soldaat Levy hier bij betrokken was, niet lang voor zijn sneuvelen. (Foto: Nationaal Archief, Fotocollectie Dienst voor Legercontacten Indonesië)

Kaart van Oost-Java. Soerakarta (ook wel Solo) genoemd, ligt in de zuidwesthoek.(Bron: Atlas van Tropisch Nederland)
Ook in 1949 werd de eenheid frequent verplaatst, zo was het 1e peloton van soldaat Levy in 1949 eerst gelegerd in Madioen [1], daarna in Ngawi [2] en vervolgens in Ngrambe [3]. Alle drie plaatsen liggen op Oost-Java.
De commandant rapporteerde in die periode: De guerrilla-activiteit beperkte het openleggen van nieuwe wegen. Regelmatig werden de convooi-wegen versperd met bomen en tankvallen. Om sabotage van de gelegde Baileybruggen te voorkomen, werden de onderdelen vast-gelast. Vaak werden er door guerrilla’s vliegtuigbommen langs de weg ingegraven en bij het passeren van Nederlandse legertransporten met een trekkoord tot ontsteking gebracht.
Op 6 juni 1949 raakte soldaat Levy, rijdend met zijn jeep ten gevolge van zo’n trekbomexplosie bij Paron [4] (gelegen zuidoost van Ngawi) zwaar gewond en overleed tijdens het transport naar het hospitaal. Kort daarop werd hij met militaire eer begraven op begraafplaats Pandean te Madioen. Op 15 juni 1949 bereikte het droeve bericht de familie in Wassenaar.
In september 1949 werd Levy herbegraven op het Ereveld Kembang Kuning te Soerabaja. In Indië had Hans Levy een relatie gekregen. Zij kwam later – ‘tante Fie’ genoemd - met hulp van de familie Levy naar Nederland.

De Eregroet (Presenteert… geweer) wordt gebracht voor soldaat Levy op begraafplaats Pandean te Mdioen..
(Foto: Collectie familie Hartgers)

Ereveld Kembang Kuning (Soerabaja, Java) (Foto: Oorlogsgravenstichting)

Aan het nationale Indië-monument in Roermond is onder meer deze plaquette aangebracht. (Foto : Nationaal Indië-monument).
HANS GERHARDUS OTTEN
Voor Hans Gerhardus Otten vormde zijn uitzending naar Nederlands-Indië geen eerste kennismaking met de Oost: hij werd in 1926 in Batavia, Weltevreden geboren. Hij heeft dan al een oudere broer en zus. Het gezin verhuisde naar Nederland, waar vader Gerhardus Otten in 1932 in Aerdenhout overleed. De weduwe verhuisde een half jaar later naar Den Haag en trouwde in 1938 met de aan de Vinkelaan 21 in Wassenaar woonachtige en landelijk bekende architect Ahazuërus Hendrikus Wegerif, die 23 jaar ouder was dan zij.
Ahazverus Hendrikus (Henk) Wegerif (Apeldoorn, 1888- Wassenaar,1963) heeft een omvangrijk, herkenbaar en nationaal gewaardeerd oeuvre van met name woonhuizen gebouwd. Vanaf 1917 bouwde hij ook in Wassenaar, waar hij al snel zoveel opdrachten verwierf dat hij in 1925 besloot om naar Wassenaar te Verhuizen. Hij bouwde in 1925 zijn eigen woonhuis met atelier, eveneens genaamd De Pasch (Van Bergenlaan 7), op een hoge duintop in Rijksdorp – ten noordoosten van De Witte Hoogt. Vermeldenswaard is Vinkelaan 23, de atelierwoning, die hij in 1951 voor zichzelf bouwde.
Of Hans Gerhardus Otten in Wassenaar naar de middelbare school ging, is onbekend. Hij slaagde in de zomer van 1944 voor het eindexamen HBS-B aan het Internaat Wullings te Voorschoten, de eerste privéschool in Nederland, die als Hogere Burger School (HBS) erkend was.

Gerhardus Hendrik Otten was kostschoolleerling van het vermaarde Instituut Wullings te Voorschoten, gevestigd in Huize Beresteyn. (Foto: Wullings via internet Langs Leidse Straten)

Hans Gerhardus Otten (Foto: Collectie Hester Otten)
Na de bevrijding van ons land gaf Hans Otten zich op voor de Koninklijke Marine en kwam op 9 augustus 1945 in dienst als matroos der derde klasse, oorlogsvrijwilliger. Dat duurde maar kort, want op 13 september van dat jaar keerde hij weer terug de burgermaatschappij. Hij volgde een opleiding op een Middelbaar Technische School, richting werktuigbouw en werkte vier maanden bij de machinefabriek van Stork&Co in Hengelo in de gieterij, bij de ketelmakerij en bij de planning.
Vervolgens ontving hij een oproep voor de dienstplicht en kwam op 2 september 1948 als marinier-zeemilicien (dienstplichtige bij de Koninklijke Marine) bij het Korps Mariniers. Na diverse verplaatsingen, waaronder bij het Marine Opkomst Centrum in Voorschoten, en het afronden van opleidingen vertrok hij op 25 maart 1949 met het S.S. Volendam naar Nederlands-Indië.
Van Batavia voerde de reis naar Soerabaja, waar Otten werd ingedeeld bij de Mariniersbrigade, die op 7 juni 1949 werd opgeheven. De meeste mariniers keerden toen terug naar Nederland. Hans Otten bleef achter in het resterende Mariniers-onderdeel, het Amphibisch Bataljon (Amphibat). Eind 1949 was het Amphibat geheel teruggenomen op Soerabaja en maakten de laatste Mariniers zich op om Java te verlaten. Hans Otten was ten tijde van de soevereiniteitsoverdracht aan de Republik Indonesia op 27 december 1949 in Soerabaja.
Op de avond van 20 februari 1950 reed hij op een Matchless motorfiets naar het bekende Simpangplein in het hartje van Soerabaja. Een militaire vrachtauto reed op hetzelfde moment vanuit een uitrit dezelfde weg op en had de motorrijder niet waargenomen. Otten kon de vrachtauto niet ontwijken en klapte tegen de rechter achterkant; hij was op slag dood. Hij werd op het Ereveld Kembang Kuning in Soerabaja begraven.

Ereveld Kembang Kuning (Soerabaja, Java) (Foto: Oorlogsgravenstichting)
Wassenaar, 1 augustus 2025, Kees Neisingh